GGZ

Gepubliceerd op 15-04-14 | Categorie: Beroepskennis

Veranderingen in de GGZ organisatie

Er verandert veel in de organisatie van de GGZ. En de zorgvraag voor de eerste lijn gaat stijgen. Dat zijn de belangrijkste conclusies van de tweede landelijke studiedag over de basis-GGZ. Namens de ergotherapie waren directeur bestuurder Ergotherapie Nederland Theo van der Bom en mevrouw drs. R. Zinkstok, docent aan de HvA en voorzitter van ETP-net aanwezig op deze studiedag. De focus lag vooral op de huisarts en de POH-GGZ. De meeste andere zorgverleners zijn niet op de hoogte van de bijdrage die ergotherapie kan leveren.

De belangrijkste veranderingen in de organisatie van de GGZ per 1 januari 2014 zijn als volgt:

Basis-ggz
In het ‘Bestuurlijk Akkoord toekomst GGZ 2013-2014’ hebben partijen afspraken gemaakt over een nieuwe organisatie van zorg. Doel is het waarborgen van kwaliteit en het beheersen van de kosten. De huisartsenzorg wordt versterkt en er wordt een generalistische basis-ggz ontwikkeld. Per 2014 bestaat de ggz uit drie onderdelen.

Huisartsenzorg met ggz-ondersteuning
De huisarts krijgt een cruciale rol. Die signaleert, behandelt of verwijst mensen naar de generalistische basis-ggz of de gespecialiseerde ggz. De huisarts krijgt hierbij ondersteuning van de praktijkondersteuner ggz (poh-ggz). Dankzij een aangepaste regeling kunnen huisartsen de inzet van de poh-ggz flexibeler inrichten. Het aanbieden van eHealth of het consulteren van een specialist is ook mogelijk.

Generalistische basis-ggz
Vanaf 2014 vormen de huidige eerstelijns ggz en een deel van de tweedelijns ggz samen de generalistische basis-ggz. Hierin worden mensen met lichte tot matige, niet-complexe psychische problemen of mensen met stabiele chronische problematiek behandeld. De zorgvraagzwaarte bepaalt welke zorg iemand krijgt. Daarbij is ruimte voor verschillende behandelcomponenten zoals diagnostiek, eHealth en consultatie van een specialist.

Gespecialiseerde ggz
De nieuwe organisatie van zorg maakt het mogelijk dat de gespecialiseerde ggz zich meer richt op patiënten met ernstige psychische problemen. GGZ Nederland vindt het belangrijk dat patiënten snel, effectief en op de juiste plek worden behandeld. Generalistisch als het kan, gespecialiseerd als het moet.

Wanneer verwijst de huisarts?
Om een weloverwogen keuze te kunnen maken of verwijzing geboden is, houdt de huisarts nadrukkelijk rekening met de omgeving (context) van de cliënt, de mogelijkheden voor zelfmanagement en de impact van de klachten op het dagelijks functioneren. Deze aspecten samen vormen een multi-dimensionaal beeld. Bij de afweging om al dan niet te verwijzen gaat het steeds om de combinatie waarin de aspecten zich voordoen.

Er worden vier categorieën van psychische problematiek onderscheiden:

  • Subklinisch: er is wel sprake van klachten maar dit is onvoldoende om een diagnose te stellen. Ondanks het ontbreken van een diagnose kunnen de impact van de klachten op het dagelijks functioneren en de duur van de klachten reden zijn om gepaste hulp te bieden.
  • Licht: er is sprake van relatief weinig kernsymptomen maar dit is wel voldoende om een diagnose te stellen. De impact van de klachten op het dagelijks functioneren is beperkt. De cliënt ervaart een zekere belemmering in het dagelijks functioneren.
  • Matig: de kernsymptomen behorend bij het ziektebeeld zijn aanwezig en daarnaast is er sprake van een aantal aanvullende symptomen. Er is sprake van waarneembare beperkingen in het dagelijks functioneren.
  • Ernstig: de meeste symptomen behorend bij het ziektebeeld zijn aanwezig. Er is sprake van uitval en/of substantiële beperkingen in het dagelijks functioneren (bijvoorbeeld niet kunnen werken).

Bronnen:: Bakker P. en Jansen P. (2013). Generalistische Basis GGZ Verwijsmodel en productbeschrijvingen. http://www.ggznederland.nl/uploads/assets/asset_955656.pdf http://www.ggznederland.nl/themas/basis-ggz

Tags: , ,



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar boven ↑


Terug naar boven ↑