In het programma Gegevensuitwisseling Paramedische Zorg (GUPZ) werken zeven paramedische beroepsverenigingen met elkaar aan betere digitale uitwisseling van patiëntgegevens. Samen met zorgprofessionals en softwareleveranciers worden oplossingen ontwikkeld én toegepast in de praktijk.
Programmamanager Carolien Bouma licht toe wat we in het eerste jaar GUPZ bereikt hebben.
Wat GUPZ doet
Paramedische zorgverleners werken veel samen met huisartsen. Bijvoorbeeld als een huisarts een patiënt verwijst naar een paramedicus en later een terugkoppeling ontvangt over de behandeling.
In de praktijk gebeurt de uitwisseling van patiëntgegevens op veel verschillende manieren, bijvoorbeeld telefonisch of via (beveiligde) e-mail. Ook de inhoud en manier waarop we het opschrijven of omschrijven zijn anders. Dat leidt tot extra werk, omdat gegevens vaak handmatig moeten worden overgenomen, en tot onduidelijkheid over wat er precies bedoeld wordt. Carolien: “De inhoud en vorm van berichten verschillen, en gegevens worden niet overal op dezelfde manier vastgelegd of gedeeld.”
Het doel van GUPZ is om dit te verbeteren: minder administratieve lasten en betere gegevensuitwisseling. Dat geldt voor uitwisseling tussen zorgverleners, maar ook voor het delen van informatie met patiënten. Daarbij bouwt het programma voort op wat er al is. Denk aan landelijke standaarden en bestaande richtlijnen over dossiervoering.
Carolien: “Dat doen we bewust. Zo zorgen we dat afspraken goed op elkaar aansluiten en voorkomen we dubbele registratie. Ook kunnen we er zo voor zorgen dat elektronische patiëntendossiers (EPD’s) en informatiesystemen van verschillende zorgverleners onderling beter samenwerken.”
Ook sluit GUPZ aan bij landelijke en Europese wetgeving. Daar staat in dat zorggegevens digitaal, veilig en volgens vaste standaarden uitgewisseld moeten worden. En dat patiënten toegang krijgen tot hun eigen gegevens. Carolien: “Deze wettelijke kaders voelen misschien als moeten, maar helpen ons uiteindelijk om slimmer samen te werken.”
Wat het programma in het eerste jaar heeft bereikt
“Een van onze eerste acties was samen met de zorgprofessionals bepalen welke gegevens paramedici en huisartsen met elkaar moeten uitwisselen”, zegt Carolien. “Bijvoorbeeld welke gegevens meegestuurd moeten worden bij een verwijzing van de huisarts naar een paramedicus, maar ook welke informatie voor de huisarts belangrijk is bij de terugkoppeling na afloop van de behandeling.”
Ook zijn afspraken gemaakt over welke gegevens als eerste met patiënten gedeeld kunnen worden via een persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO). Zo krijgen patiënten beter inzicht in hun behandeling.
Daarnaast werkten we aan een zogeheten referentieset. Carolien: “Een referentieset. helpt om vast te leggen hoe je gegevens in een dossier opneemt. Zo zorgen we dat zorgverleners dezelfde soort informatie op een vergelijkbare manier registreren. Dat is nodig om gegevens goed te kunnen uitwisselen.”
Samenwerken met leveranciers en vooruitkijken
Om deze afspraken ook in de praktijk te brengen, werkt GUPZ samen met leveranciers van paramedische zorg-informatiesystemenen EPD’s, ook wel PARIS-en genoemd. Er zijn vier leveranciers die hierin vooroplopen
“Met deze koploperleveranciers ontwikkelen en testen we toepassingen voor gegevensuitwisseling in de praktijk”, zegt Carolien. “Zo zien we wat werkt en wat nog nodig is vóór de landelijke invoering voor alle paramedici.”
De komende periode werkt het programma verder aan het testen en toepassen van deze afspraken. De ontwikkelingen zijn te volgen via de website van het programma en via LinkedIn. GUPZ loopt tot eind 2028.



Recente reacties