Toegankelijkheid van eerstelijns ergotherapie staat nog meer onder druk
Net als in 2025 heeft Ergotherapie Nederland een enquête onder leden uitgezet om de wachttijd problematiek in kaart te brengen. De conclusie: De druk op eerstelijns ergotherapie neemt verder toe. Wachtlijsten, personeelsverloop en moeilijk vervulbare vacatures vormen structurele knelpunten. Uit de ledenenquête van 2026 blijkt dat bijna vier op de vijf eerstelijnspraktijken inmiddels een wachtlijst of zelfs een aanmeldstop heeft. Voor veel mensen betekent dit dat zij weken of zelfs maanden moeten wachten op zorg die juist preventief werkt en duurdere zorg kan voorkomen.
De cijfers laten zien dat de problematiek breed speelt. De meest voorkomende wachttijd bedraagt twee tot vier weken, en maar liefst 54% van de praktijken heeft een wachttijd van vijf weken of langer. Daarmee wordt – net als in 2025 – de treeknorm* ruimschoots overschreden.
“Nu investeren in ergotherapie kan zwaardere en kostbaardere zorg op een later moment voorkomen.”
Marijke Verbeek: “Juist bij aandoeningen en cliëntgroepen waarbij vroegtijdige behandeling van een ergotherapeut essentieel is, kunnen lange wachttijden grote gevolgen hebben. Mensen verliezen dan onnodig zelfstandigheid, hebben langer verzorging nodig en vallen langer uit op het werk met alle gevolgen van dien. Denk bijvoorbeeld aan de grote groep thuiswonende ouderen. Juist voor die groep maakt ergotherapie het verschil waardoor ze langer zelfredzaam kunnen blijven. Daarom blijf ik zeggen: Nu investeren in ergotherapie kan zwaardere en kostbaardere zorg op een later moment voorkomen.”
Vicieuze cirkel
Uit dezelfde enquête blijkt dat ook de personele capaciteit ernstig onder druk staat. Ongeveer twee derde van de praktijken geeft aan dat vacatures moeilijk vervulbaar zijn. 44% van de respondenten in de eerste lijn geeft de arbeidsvoorwaarden en onvoldoende inkomen als belangrijkste reden waarom collega’s vertrekken.
“Dat is een zorgwekkend signaal. Doordat ergotherapeuten het vak verlaten of kiezen voor een andere werkomgeving, ontstaat een vicieuze cirkel: minder beschikbare ergotherapeuten leiden tot langere wachttijden, waardoor de druk op de achterblijvers verder toeneemt. Marijke Verbeek: ‘ik wil daarbij benadrukken dat de vraag naar ergotherapie de laatste jaren alleen maar is toegenomen. Denk aan de rol van de ergotherapie bij het stimuleren van zelfredzaamheid van kwetsbare ouderen, post-covid, herstel na niet aangeboren hersenletsel en terugkeer naar werk na ziekte. Natuurlijk zijn we daar als beroepsgroep enorm trots op, maar er is een keerzijde: als het aanbod niet kan meegroeien met de vraag, dan kleeft er een groot toegankelijkheidsrisico aan het succes van ergotherapie.
Wie wachttijden wil terugdringen, moet investeren in de capaciteit van de ergotherapie. Dat begint bij reële vergoedingen
Toegankelijke ergotherapie vraagt om passende financiering
De uitkomsten van de ledenenquête maken duidelijk dat dit geen incidenteel probleem is, maar een structurele uitdaging waarvoor gezamenlijke actie nodig is. De tarieven die zorgverzekeraars vergoeden sluiten in veel gevallen onvoldoende aan bij de werkelijke kosten. Hierdoor blijft er weinig ruimte over om te investeren in personeel, passende salarissen, praktijkontwikkeling en het opleiden van nieuwe collega’s. Wie wachttijden wil terugdringen, moet investeren in de capaciteit van de ergotherapie. Dat begint bij reële vergoedingen.
Bekijk hier de factsheet met de resultaten van de enquête 2026.


Recente reacties