Home » Arm en hand na beroerte: trainen voor functieherstel

Arm en hand na beroerte: trainen voor functieherstel

Na een beroerte kan de aansturing vanuit de hersenen naar de arm en hand verstoord zijn. De arm en hand raken daardoor in meer of mindere mate verlamd. Naast een scheve mond en en verwarde spraak is een verminderde arm-hand functie het meest voorkomende gevolg van een beroerte. Een ergotherapeut kan helpen met het trainen van deze lichaamsdelen om tot een beter herstel van arm en hand te komen en deze zo goed mogelijk weer te leren gebruiken.

De schade aan arm en hand kan er op drie manieren uitzien

  • Geen functie. De arm en hand zijn volledig verlamd en kunnen niet worden bewogen.
  • Beginnende terugkeer van functie. Basale, eenvoudige bewegingen zijn mogelijk, maar de arm en hand zijn niet goed functioneel in te zetten.
  • Terugkeer van functie. Er is sprake van beperkingen, maar arm en hand zijn wel te gebruiken. Een ergotherapeut spreekt dan van een onhandige hand. Er zijn bijvoorbeeld problemen met schrijven en het bedienen van een toetsenbord of muziekinstrument.

Volledige functie. De arm en hand kunnen helemaal functioneel worden gebruikt.

Functieherstel van arm en hand

‘Iemand die een beperkte handfunctie heeft, moet alles opnieuw leren,’ vertelt ergotherapeut Marike Jansen, die gespecialiseerd is in arm-hand functieherstel. Aankleden, nagels knippen, deodorant spuiten, koffie zetten: alledaagse bezigheden worden opeens bemoeilijkt. Het trainen van de arm-hand functionaliteit is vaak een moeizaam en langdurig proces. Als het cognitieve vermogen van iemand na een beroerte is aangetast, is het aanleren van oefeningen en strategieën voor die persoon extra ingewikkeld.

‘Iemand die zes weken in het gips moet, heeft al snel oplossingen bedacht om tijdelijk met één hand te kunnen functioneren,’ legt Marike Jansen uit. ‘Hij doet een plastic zak om zijn arm bij het douchen, koopt gesneden groente en trekt een wijde blouse aan. Maar iemand die een beroerte heeft gehad, kan deze dingen vaak niet zo goed zelf bedenken. Het probleemoplossend vermogen werkt niet goed of hij kan zich door geheugenproblemen niet meer herinneren hoe hij zijn arm moet bewegen.’

Arm en hand weer kunnen gebruiken

Een ergotherapeut richt zich op het weer kunnen oppakken van het dagelijkse leven, bij voorkeur op de manier zoals iemand dat voorheen gewend was, en gebruikt daarvoor zowel een fysieke als cognitieve benadering. Marike Jansen: ‘We denken met iemand mee voor oplossingen om de voor hem belangrijke taken weer te kunnen uitvoeren. Hoe die hulp eruit ziet, is afhankelijk van het leven van de persoon en de rollen die hij vervult.’

Soms zijn trucs of handigheidjes afdoende. Zoals een schaar gebruiken om het vlees te snijden in plaats van een mes. Vaak zijn aanpassingen of hulpmiddelen nodig, zoals antislipmateriaal onder een snijplank. ‘We leren mensen ook goed voor hun hand te zorgen om extra letsel te voorkomen. En stimuleren om de beperkte hand toch te gebruiken, bijvoorbeeld om de tafel te poetsen, de deur open te maken en een pot jam open te maken, ook al kost het moeite. Dat geeft voor het herstel het beste resultaat.’