Wat het WFOT congress 2026 ons leert over de toekomst van ergotherapie?

Bangkok, een wereldstad vol contrasten, honderden ergotherapeuten uit alle windstreken en gesprekken die moeiteloos schakelen tussen kunstmatige intelligentie, occupational justice en betekenisvol dagelijks handelen. Het WFOT congress 2026 in Bangkok was een hele intensieve, inspirerende happening. Het thema van het congres was “Inspiring Change, Innovating Futures”. Nederland was goed vertegenwoordigd. Zie de delegatie hierboven.

Hieronder een deel van onze ervaringen!

Inleiding
Het World Federation of Occupational Therapists (WFOT) congress is dé plek waar internationale ontwikkelingen binnen het vak samenkomen. In februari 2026 vond het congres plaats in Bangkok: een stad die niet alleen indruk maakt door haar omvang, hitte en dynamiek, maar ook door de zichtbare verschillen in welvaart, gezondheid en toegang tot zorg. Juist die context gaf het congres extra betekenis. De strak georganiseerde congresomgeving contrasteerde scherp met het leven op straat. Thema’s als participatie, inclusie, sociale rechtvaardigheid, technologie, de rol van AI in de praktijk, het onderwijs en het onderzoek van ergotherapie en duurzaamheid kregen daardoor een voelbare lading. Voor Nederlandse ergotherapeuten bood dit congres niet alleen inspiratie, maar ook een spiegel: waar staan wij als beroepsgroep, en hoe verhoudt onze praktijk zich tot die van collega’s wereldwijd?

Education day
Op zondag, een dag voor het congres, stond education day op het programma, een dag voor docenten ergotherapie vanuit de hele wereld. Hier werd gediscussieerd aan de hand van verschillende stellingen per tafel. We werden aangemoedigd om vooral niet alleen met je landgenoten aan tafel te zitten, waardoor er rijke discussies ontstonden. Gemeenschappelijke zorg is dat er, in bijna alle landen, te weinig ergotherapeuten zijn om aan de vraag te voldoen. Er zijn ideeën uitgewisseld over hoe je jonge mensen kunt enthousiasmeren voor het vak. Het werd duidelijk dat er verschillen zijn tussen landen over online leren, er zijn landen waarbij dat 80% van het curriculum is (zoals in Scandinavië en IJsland) en heel veel landen waar dit niet zo is. Ook werden verschillende benaderingen benoemd voor educatie aan Gen-Z, zoals simulation based learning met VR en AI, exploratief en interactief leren en interprofessioneel leren in verschillende contexten. Er was veel aandacht voor kritische reflectie en professionele identiteit. Bovendien werden de nieuwe minimale internationale opleidingseisen en beroepscriteria van de WFOT gepresenteerd. Kortom, een inspirerende dag.

Professionele site visits
Op de ochtend van de eerste congresdag was het mogelijk deel te nemen aan een professionele site visit: een georganiseerd werkbezoek aan diverse centra. Zo namen enkelen van ons deel aan de site visit naar het Sirindhorn National Medical Rehabilitation Institute. Na een hartelijk welkom volgde een mooie promotiefilm over de missie, visie, doelen en verschillende aandachtsgebieden waar dit revalidatiecentrum zich op richt. In een gesprek met drie revalidatieprofessionals, waaronder een ergotherapeut en een manager van de afdeling ergotherapie, konden we vragen stellen over ergotherapie in Thailand en hun revalidatiezorg.

In Thailand werken ongeveer 1000 ergotherapeuten op een bevolking van 71,6 miljoen inwoners. Er is slechts een beperkt aantal gespecialiseerde revalidatiecentra waar ergotherapeuten werken, zoals dit revalidatiecentrum vlakbij Bangkok. In dit centrum werken nu 27 ergotherapeuten, vertelt het hoofd van de afdeling ergotherapie met trots. Het aantal ergotherapeuten is enorm gegroeid de afgelopen jaren; zij was 25 jaar geleden de enige ergotherapeut in dit centrum. Er komen steeds meer opleidingen ergotherapie en dus ook meer toekomstige ergotherapeuten. Ook heeft Thailand sinds enkele jaren een eigen masteropleiding, die dit jaar haar eerste gediplomeerden zal afleveren.

Om te voldoen aan de behoefte aan revalidatiezorg in Thailand, hebben ze basis revalidatie-units ingericht, verdeeld over alle regio’s van Thailand. Dit zijn geen gespecialiseerde centra, maar hier kan de eerste noodzakelijke basis revalidatiezorg geleverd worden. Op de meeste plekken werken nog geen ergotherapeuten omdat die er nog niet voldoende zijn, maar wel artsen, fysiotherapeuten, verpleegkundigen en technici. Hiertoe hebben ze een 6 weken durende revalidatieopleiding voor fysiotherapeuten ontwikkeld en een 3-daagse cursus voor technici, zodat zij samen de basisprincipes van de ergotherapie kunnen toepassen, met name het observeren en trainen van revalidanten in ADL-situaties en het op maat aanmeten van aangepaste hulpmiddelen en voorzieningen, zoals mobiliteitshulpmiddelen, woningaanpassingen en hulpmiddelen om belangrijke dagelijkse activiteiten te kunnen uitvoeren.

Het congres, een wereldwijde beroepsgroep in beeld
Bij de toegang tot het congres werd je steevast verwelkomd door een dame in keurig mantelpakje die bij 30 graden de gehele dag een bord vasthield met “Welcome WFOT”. Wat direct opviel bij binnenkomst in het congrescentrum was de enorme diversiteit aan deelnemers. Delegaties uit Azië, Afrika, Zuid-Amerika en het Midden-Oosten waren nadrukkelijk aanwezig, vaak in traditionele klederdracht. Collega’s uit landen die je op Europese congressen minder vaak tegenkomt, brachten andere verhalen en perspectieven mee. Die wereldwijde vertegenwoordiging maakte duidelijk hoe verschillend de contexten zijn waarin ergotherapie zich ontwikkelt. Wat in het ene land vanzelfsprekend lijkt, blijkt elders een luxe. Dat besef liep als een rode draad door het congres en kleurde veel gesprekken, zowel tijdens lezingen als in de wandelgangen. Een van de meest waardevolle aspecten van het congres is het ontmoeten, uitwisselen van ervaringen en het leggen van verbindingen met collega’s uit alle delen van de wereld. In gesprekken tijdens sessies, pauzes en in andere ontmoetingen werd duidelijk dat ergotherapeuten, ondanks verschillen in zorg- en welzijnssystemen, cultuur en context, vaak met vergelijkbare vraagstukken te maken hebben.

Ontmoetingen
De welcome reception en congress party zijn belangrijke evenementen om de internationale collega’s te ontmoeten, terug te zien en wat uitgebreider te spreken. Er waren mooie ontmoetingen. Zo was het erg leuk om de 83-jarige prof. dr. Carolyn Baum, ontwikkelaar van de Activity Card Sort (ACS) weer te zien en te spreken, aldus Maud Graff en Margo van Hartingsveldt.

De ACS is een meetinstrument om het activiteitenpatroon en de participatie van cliënten op het gebied van IADL, vrije tijd en sociale contacten via een foto-interview te inventariseren. Carolyn Baum vertelde dat de ACS weer verder is doorontwikkeld, in onderzoek is uitgetest en binnenkort als een digitale tool op de markt komt. Zij begeleidt nog steeds onderzoeksprojecten. Voor haar was dat ook de reden om naar het congres te komen, om haar onderzoekers van over heel de wereld hier fysiek te spreken. Ook het weerzien van de Taiwanese collega’s was erg leuk. Maud Graff was 10 jaar geleden op werkbezoek in Taipei en Kaohsiung. Hier mocht zij twee masteropleidingen voor paramedici en verpleegkundigen officieel openen en een lezing geven aan hun masterstudenten over het onderzoek naar de ontwikkeling, evaluatie en implementatie van Ergotherapie bij Ouderen met Dementie (EDOMAH). Ook verzorgde ze hier een paar dagen onderwijs over EDOMAH aan ergotherapeuten en studenten ergotherapie.

Enkele presentaties die we willen delen op gebied van ouderen en revalidatie:
Uiteraard is dit maar een kleine opsomming uit de enorme hoeveelheid aan presentaties die we als Nederlanders hebben gegeven en/of hebben gevolgd.

Sanne Pellegrom van de Hogeschool van Amsterdam presenteerde haar promotieonderzoek naar de Effectiviteit van Ergotherapie thuisrevalidatie met ondersteuning van sensomonitoring bij mensen na een CVA, het OTHER-project.

.

Dr. Leen DeConinck van de Katholieke Universiteit Leuven in België, presenteerde over de Effectieve PROMOTE aanpak voor thuiswonende kwetsbare ouderen met fysieke problematiek.

Prof. dr. Maud Graff presenteerde de pilot evaluatiestudie van de SOCAV-interventie in de thuissituatie. Deze interventie, gebaseerd op de combinatie van het EDOMAH-programma en de Kalorama Coaching methode, is gericht op verpleegkundigen en verzorgenden met ondersteuning van ergotherapeuten, om de eigen regie van mensen met dementie te ondersteunen. Zij presenteerde de resultaten uit de pilot evaluatiestudies die positieve persoonsgerichte attitude- en gedragsveranderingen laten zien bij verpleegkundigen en verzorgenden en verbeteringen in de eigen regie van mensen met dementie. Deze positieve resultaten werden zowel in het verpleeghuis als thuis vastgesteld en beide publicaties waren ten tijde van het congres net geaccepteerd voor publicatie.

Margo van Hartingsveldt gaf een presentatie over de ontwikkeling van ROTOS (Research in Occupational Therapy and Occupational Science), een Europese foundation die zich richt op het versterken van verbinding en samenwerking tussen onderzoekers in ergotherapie en occupational science in Europa.

Assoc .prof. dr. Barbara Piskur presenteerde de uitkomsten van de Partnering for Change aanpak op scholen, afkomstig van promotieonderzoek van Zuyd-collega Sarah Meuser-Hoselmann. Samen met Zuyd-collega Connie Zillhardt presenteerde Barbara ook over het School-Based Occupational Therapy International Netwerk (SBOT-IN), waarin internationale experts samenwerken aan hoe ergotherapeuten bijdragen aan inclusieve schoolomgevingen.

Eefje Kern, MSc. van Zuyd Hogeschool, presenteerde de psychometrische evaluatie van de Nederlandstalige versie van het PEM-CY assessment, dat participatie en omgeving van kinderen en jongeren in kaart brengt.

Milou Dupuits, MSc. van Zuyd Hogeschool deelde de eerste bevinden van de nieuwe participatiegerichte benadering PREP – Pathways and Resources for Engagement and Participation.

Dr. Ramon Daniëls, lector ondersteunende technologie in de zorg van Zuyd Hogeschool, presenteerde de Maastricht Innovation Readiness Aanpak (MIRA). Deze aanpak, ontwikkeld door Zuyd en Universiteit Maastricht, is bedoeld om zorg- en welzijnsorganisaties inzichten te bieden in hun vermogen tot innoveren. Daarnaast gaf Ramon ook een presentatie over een onderzoek naar de rol van sociale robotica in de gehandicaptenzorg.

Michael Haan, Nederlandse promovendus aan Karolinska Universiteit Stockholm van Zweden, mede begeleid door James Cook universiteit van Australië, presenteerde zijn onderzoek naar de transitie van werk naar pensioen van Europese gepensioneerden die naar Thailand geëmigreerd zijn, hoe deze transitie eruitziet en in hoeverre het hen lukt om een betekenisvol gepensioneerd bestaan op te bouwen in Thailand.

Ook was er een mooie presentatie van dr. Tove Lise Nielsen uit Denemarken over de positieve ervaringen met de CO-OP (Cognitive Orientation to daily Occupational Performance) interventie bij thuiswonende mensen na een CVA.

Prof. dr. Shaeed Soeker van de West-Cape University van Zuid-Afrika presenteerde positieve resultaten van een pilotstudie naar toepassing van het self-efficacy model om werkgerelateerde vaardigheden te verbeteren bij mensen met hersenletsel.

Michael Iwama , grondlegger van het KAWA Rover Model, was aanwezig en was een celebrity onder met name de Aziatische congresgangers. Er was een posterpresentatie over growth based careerplanning voor OT’s en de KAWA River Approach.

Van kind naar context: participatie als uitgangspunt
Binnen het domein kind en jeugd lag de nadruk sterk op school-based occupational therapy (SBOT). Internationaal wordt steeds meer vanuit de school- en leeromgeving gewerkt, met als doel participatie voor álle kinderen te bevorderen. Modellen zoals Partnering for Change laten zien hoe samenwerking tussen ergotherapeuten, leerkrachten, kinderen en ouders kan bijdragen aan inclusiever onderwijs. De kernboodschap was helder: wie echt verschil wil maken, kan niet blijven hangen bij het individuele kind. De fysieke, sociale en organisatorische omgeving is minstens zo bepalend voor participatie. Die beweging van individu naar context was ook in andere domeinen zichtbaar en sluit aan bij discussies die we in Nederland steeds vaker voeren.

Daarnaast presenteerde Margo van Hartingsveldt een poster over de implementatie van het WRITIC-groepsprogramma in Nederland. In aansluiting hierop vond een bijeenkomst plaats met collega’s uit Duitsland, België, Japan en Indonesië, die WRITIC in hun eigen landen aan het vertalen en implementeren zijn. Het is zo bijzonder om te zien hoe WRITIC-assessment in verschillende landen kan bijdragen aan participatie van kinderen.

Ook was er een mooie presentatie van dr. Luzia Pfeifer en dr. Kharinni Pereira van de São Paulo Universiteit en de State University van Para in Brazilië, over de effectiviteit van virtual reality therapie op het dagelijks handelen van kinderen met Cerebral Palsy.

Occupational justice: ongemakkelijk, maar noodzakelijk
Een van de meest indringende thema’s op het congres was occupational justice. Deze term verwijst naar eerlijkheid en rechtvaardigheid in de mogelijkheden die mensen hebben om betekenisvolle activiteiten (occupations) te doen die bijdragen aan hun gezondheid, welzijn en maatschappelijke participatie. In lezingen en paneldiscussies kwamen onderwerpen aan bod als: armoedebestrijding, toegankelijkheid tot hulpmiddelen, systemisch racisme, hoe integreer je occupational justice in de klinische praktijk, ergotherapeutische ondersteuning bij vluchtelingen (Somalië, Syrië, Libanon) asielzoekers (Turkije, Engeland,) en het werken in high-stress omgevingen. Voor collega’s uit landen waar conflict, migratie en schaarste dagelijkse realiteit zijn, is occupational justice geen abstract theoretisch concept, maar dagelijkse praktijk. Dat riep ook bij Nederlandse deelnemers ongemakkelijke, maar essentiële vragen op: Hoe neutraal kan of wil je zijn als ergotherapeut? En wat betekent sociale rechtvaardigheid? Het congres maakte duidelijk dat ergotherapie onlosmakelijk verbonden is met sociale structuren en beleid. Wegkijken blijkt steeds minder een optie.

Technologie en AI: kansrijk én kritisch
Kunstmatige intelligentie (AI) was overal aanwezig: in keynotes, paneldiscussies en informele gesprekken. De toon was opvallend genuanceerd. Ja, AI biedt kansen, zoals efficiëntere data-analyse, ondersteuning bij klinisch redeneren en nieuwe mogelijkheden voor onderwijs en ondernemerschap. Tegelijkertijd werden kritische vragen niet geschuwd. Wat betekent AI voor wetenschappelijke integriteit? Welke bias sluipt er in systemen die gevoed worden met cultureel gekleurde data? En hoe voorkomen we dat technologie het persoonsgericht werken overschaduwt? Welke informatie geef je AI? Delen van boeken? Casestudies?

Verder werd er een pleidooi gehouden om AI in te bedden in het curriculum, zodat studenten leren om AI op een verantwoorde manier te gebruiken. Ook is het bedoeld om studenten bewust te maken van de voor-en nadelen, hoe AI toe te passen en welke verantwoordelijkheid ze hebben.

Interessant was de expliciete verbinding met duurzaamheid. AI en digitalisering hebben een behoorlijke water- en carbon footprint. Wees je daar ook bewust van elke keer dat je AI inzet.

Praktische innovaties: technologie ten dienste van de cliënt
Naast grote maatschappelijke thema’s waren er ook tastbare, praktijkgerichte innovaties. Een voorbeeld is het OT Draw Home Modification Program: een ontwerptool waarmee woningaanpassingen direct zichtbaar worden gemaakt in echte foto’s van de thuissituatie.

Dit soort toepassingen laat zien hoe technologie het gesprek met cliënten kan ondersteunen en gezamenlijke besluitvorming kan versterken, zonder het klinisch redeneren over te nemen. Technologie werd daarmee gepresenteerd als hulpmiddel, niet als vervanging van professioneel handelen.

Ecologische ergotherapie: duurzaam voorschrijven
Duurzaamheid was ook opvallend nadrukkelijk aanwezig op het congres. Internationale netwerken presenteerden initiatieven rond ecologische ergotherapie, met aandacht voor hergebruik, reparatie en circulaire systemen voor hulpmiddelen.

Het Sustainable Adaptive Equipment Prescription Framework biedt handvatten om niet alleen te kijken naar de directe behoefte van de cliënt, maar ook naar maatschappelijke en ecologische impact. Een benadering die goed aansluit bij actuele discussies in Nederland over duurzaamheid in de zorg en verantwoord voorschrijven.

Toekomstscenario’s ergotherapie
Het thema van het congres, “Inspiring Change, Innovating Futures”, werd mooi neergezet in de afsluitende plenaire sessie, waarin vanuit verschillende perspectieven werd geschetst hoe ergotherapeuten zich kunnen voorbereiden op de toekomst. Voor de praktijk werd onder meer het belang benadrukt van het kritisch en bewust omgaan met technologie en AI. Daarnaast kwamen disaster management, sterke beroepsnetwerken en -verenigingen, en toegankelijke, contextgebonden evidence aan de orde. Tegelijkertijd werd het belang van humanized care benadrukt: mensgerichte zorg in verbinding met cliënten, en het verkennen van nieuwe en opkomende werkvelden voor ergotherapeuten.

Op gebied van onderwijs werd vooruitgekeken naar 2050, waarin gezondheidsvraagstukken naar verwachting complexer zullen zijn, met meer ongelijkheid in gezondheid en kansen, waardoor er meer focus op community-centred benaderingen nodig is. De focus verbreedt van revalidatie naar participatie, veerkracht en betekenisvol leven. Curricula zullen in toenemende mate thema’s als advocacy, duurzaamheid en beleidsbeïnvloeding integreren, zodat toekomstige ergotherapeuten kunnen bijdragen aan een rechtvaardiger en inclusiever zorg- en samenlevingssysteem.

Voor het perspectief onderzoek werd aangegeven dat investering in een nieuw type onderzoeksvaardigheden nodig is, zoals digitale geletterdheid, innovatie en ondernemerschap, maar ook in community- en service skills, zodat onderzoek beter aansluit bij de vragen die leven in wijken, instellingen en gemeenschappen. OT-onderzoek, onderwijs en praktijk zouden nauwer met elkaar verbonden moeten zijn, met occupational science als belangrijke kennisbasis.

Nederland op het wereldtoneel
De Nederlandse delegatie was inhoudelijk goed zichtbaar met bijdragen op het gebied van revalidatie, ouderenzorg, mantelzorg, dementie, arbeid, technologie, stigma en kinderen. Presentaties over thuisrevalidatie, eigen regie en participatie sloten duidelijk aan bij internationale ontwikkelingen, net als presentaties over onderzoek en onderwijs.

Het congres liet zien dat Nederlandse ergotherapie inhoudelijk meedraait op wereldniveau, maar ook dat we veel kunnen blijven leren van andere perspectieven en contexten.

Voorafgaand aan het congres waren de general assembly’s. Gedurende drie dagen vergaderden de afgevaardigden van elk land over ergotherapie op wereldniveau. Voor ons land nam Esther Jansen-Polak, delegate van de WFOT namens Ergotherapie Nederland, hieraan deel. Het waren drie intensieve, maar ook inspirerende dagen waarin veel gediscussieerd, gestemd en vastgesteld is. Een voorbeeld zijn de wereldwijde opleidingseisen en beroepscriteria. Het ging echter ook over het belang van onderzoek naar de waarde van ergotherapie en met name het belang van effectiviteitsstudies. Mental health was ook een groot thema.

Conclusie / afronding
Het WFOT congress 2026 in Bangkok was meer dan een inspirerend congres. Het was een confronterende ontmoeting met de wereldwijde realiteit van ons vak. Thema’s als participatie, rechtvaardigheid, technologie en duurzaamheid kwamen samen in een context die uitnodigde tot reflectie.

Bangkok hield ons een spiegel voor. Ergotherapie is volop in beweging en vraagt steeds vaker om positionering, samenwerking en maatschappelijke betrokkenheid — binnen én buiten de behandelkamer.

De vraag die rest is niet wat we hebben gehoord of gezien, maar hoe we deze inzichten meenemen in onze dagelijkse praktijk in Nederland. Dit artikel is alvast een mooie start!

Wist je dat:

  • Er een Thaise versie van Grondslagen is en Maud die in haar handen heeft op de foto?
  • De wereldwijde ergotherapie opleidingseisen en beroepscompetenties zijn herzien?
  • Je op de website heel veel projectverhalen/-ervaringen kunt vinden waar je je voordeel mee kan doen?
  • Ergotherapiestudenten uit alle landen het spannend vinden om te telefoneren?
  • Voorafgaand aan het congres de general assembly’s waren, waar de afgevaardigden van vrijwel alle landen aan deelnamen?
  • Het ook gezellig was om de Vlaamse collega’s (weer) te ontmoeten!
  • In de periode 2006-2024, wereldwijd 155% groei is in het aantal ergotherapeuten, 93% groei in goedgekeurde opleidingen, 122% groei in WFOT goedgekeurde opleidingen ergotherapie?
  • Toegang tot ergotherapie wereldwijd een uitdaging is vanwege de tekorten, de kansenongelijkheid in relatie tot toegang tot zorg en regelmatig ook door de infrastructuur in het land?
  • Mentale gezondheid ook een belangrijk onderwerp van de WFOT is? Wij het dan hebben over werken met cliënten met mentale problemen, maar ook oog moeten houden voor de mentale problemen van onze studenten.
  • Er een internationale community van ergotherapeuten en artificieel intelligence bestaat waarbij Minjou Lemette is aangesloten?
  • Er een World Rehabilitation Alliance (WRA) 2030 is en we hier als ergotherapeuten krachtig in op moeten trekken met de fysiotherapeuten om onze discipline erkend te krijgen als basisdiscipline in de revalidatie?
  • Je op de website https://www.who.int/initiatives/world-rehabilitation-alliance heel veel informatie vindt over wereldwijde projecten en onderzoeken op gebied van revalidatie?
  • Wij hopen jullie te hebben geïnspireerd met het delen van onze bevindingen!

Over de auteurs
Artikel samengesteld door Esther Jansen-Polak, ergotherapeut MSc Neurorevalidatie, WFOT delegate met behulp van input van:

  • Margo van Hartingsveldt, lector Ergotherapie – Participatie en Omgeving, Hogeschool van Amsterdam.
  • Prof. Dr. Barbara Piškur, Zuyd Hogeschool & Universiteit Hasselt
  • Dr. Maud Graff, Hoogleraar Ergotherapie
  • Minjou Lemette MA, Kerndocent / Kenniscentrum zorgtechnologie Hogeschool Rotterdam