In de nieuwsbrief van mei 2026 berichtten we dat de Interdisciplinaire Medisch-Specialistische Revalidatie (IMSR) voorlopig vergoed blijft voor patiënten met chronische pijn. Vergoeding van IMSR is echter alleen mogelijk voor patiënten voor wie geen andere behandeling werkt, de zogenaamde ‘last resort’patiënten.

De behandeling van patiënten met chronische pijn dient plaats te vinden via het stepped-care principe, waarbij verschillende stappen doorlopen moeten worden. De patiënt kijkt samen met de zorgverlener welke stap passend is om mee te starten. De volgende 4 stappen worden onderscheiden:

  1. Preventie en zelfzorg
  2. Monodisciplinaire diagnostiek en behandeling in de eerste lijn (door bijvoorbeeld een ergotherapeut of oefentherapeut of een psycholoog).
  3. Multidisciplinaire Eerstelijns Revalidatie (MER): diagnostiek en behandeling op verschillende domeinen van het biopsychosociaal model in de eerste lijn, of in de eerste lijn in samenwerking met de tweede lijn.
  4. Interdisciplinaire diagnostiek en behandeling in de tweede of derde lijn (IMSR).

Ten aanzien van de uitwerking zijn er voor ergotherapeuten een aantal belangrijke zaken:

  • Voor de 3e stap, MER, geldt dat deze vorm van zorg nog niet is georganiseerd in de 1e lijns. Het Zorginstituut is vanaf mei j.l., samen met alle betrokken beroepsorganisaties een traject gestart om hier vorm aan te gaan geven. EN zal deelnemen aan de stuurgroep. Een lid van de vakgroep chronisch pijn zal namens EN deelnemen aan de werkgroep.

Het doel is om te zorgen dat er eind 2027 een goede basis ligt voor onderzoek naar MER. Als dit onderzoek laat zien dat MER goed werkt bij deze patiënten, dan kan het geïmplementeerd worden in de praktijk.

  • Voor de 4e stap heeft de VRA in april een indicatiedocument opgesteld: ‘Indicatiestelling IMSR aanhoudende pijn in houdings- en bewegingsapparaat’.
  • IMSR is alleen mogelijk als de patiënt in de 24 maanden voorafgaand aan de indicatiestelling een van de volgende twee trajecten heeft gevolgd:

Gedurende minimaal 12 weken minimaal 6 behandelingen bij een eerstelijns ergotherapeut, fysiotherapeut of oefentherapeut én een behandeling bij een POH-GGZ (praktijkondersteuner bij de huisarts) of een psycholoog (minimaal 12 weken of minimaal 6 behandelingen).

Gedurende minimaal 12 weken minimaal 6 behandelingen bij een eerstelijns psychosomatisch fysio- of ergotherapeut*.

Er wordt geen uitspraak gedaan over eventuele duur van de behandelsessies.

  • Deze trajecten roepen vragen op, die EN kenbaar heeft gemaakt in een reactie naar het Zorginstituut. Wij hopen in de komende weken met het ZiN hierover in gesprek te kunnen gaan.

*In de reactie van EN aan het ZiN is aangegeven dat het criterium van psychosomatisch ergotherapeut niet kan worden gesteld, aangezien dit geen door EN erkend specialisme is**. Wij stellen voor om psychosomatisch ergotherapeut te vervangen door: ‘’Ergotherapeut, werkend vanuit het biopsychosociaal model, met specifieke deskundigheid in de behandeling van aanhoudende pijn’’.

– Als huisartsen of medisch specialisten willen doorverwijzen naar IMSR, dan moeten zij informatie opnemen over zowel de inhoud, het resultaat, als over het aantal behandelingen dat is ingezet. Dit heeft mogelijke implicaties voor de (eind) rapportages van ergotherapeuten.

** ergotherapeuten kunnen zich na hun basisopleiding officieel specialiseren in drie richtingen: hand-ergotherapeut, kinderergotherapeut en ouderenergotherapeut