Home » Omgaan met chronische vermoeidheid

Omgaan met chronische vermoeidheid

Een ergotherapeut helpt bij het omgaan met chronische vermoeidheid. De behandeling wordt afgestemd op de individuele situatie van de patiënt. Vermoeidheid is een containerbegrip,’ legt ergotherapeut Yvonne Veenhuizen uit. ‘Net als pijn wordt vermoeidheid door iedereen anders ervaren. Er bestaat geen pil om vermoeidheid te stoppen: het effect van de behandeling is afhankelijk van de situatie van de patiënt en zijn mogelijkheden en capaciteit om dingen in het dagelijks leven aan te passen.’

Hoe gaat een ergotherapeut te werk?

Eerst onderzoekt de ergotherapeut welke factoren een rol spelen. Is er een diagnose? Wat doet iemand op een dag? Hoe zien zijn of haar bezigheden eruit? Wat is belangrijk voor die persoon? Waar krijgt iemand energie van?

‘We inventariseren wat een persoon fysiek en mentaal aankan,’ zegt Veenhuizen. ‘We vragen iemand bij te houden wat hij op een dag doet en vermoeidheidsscores te geven aan de activiteiten. Daar kan bijvoorbeeld uitkomen dat autorijden ’s ochtends makkelijker gaat dan ’s avonds. Het doel is om te achterhalen wat iemands herstelmoment is, wanneer dat effectief is en wanneer er juist sprake van overbelasting. Het is belangrijk dat iemand zich daar eerst van bewust is voordat we verder gaan.’

Behandelmethoden en strategieën

Vervolgens gaan de ergotherapeut en de cliënt aan de slag om iemand beter te leren omgaan met de beschikbare energie. [LJ1] [VY2] Een veel gebruikte behandelmethode is het programma ‘Omgaan met Vermoeidheid’ van de Canadese onderzoeker Tanya Packer. Dit programma leert een cliënt op een andere manier kijken naar energie, vermoeidheid, herstel en balans.

De volgende onderdelen komen in het programma naar voren:

Prioriteiten stellen. De cliënt leert zijn dagindeling opnieuw te bekijken. Wat is belangrijk, en wat niet? Wat moet er nu gebeuren, wat kan later? Er wordt gezocht naar een goede balans tussen inspanning en ontspanning.

Rust en herstel. Strategisch rusten kan veel energie opleveren. Korte micropauzes of een goede rustpauze halverwege de dag kan ervoor zorgen dat iemand energie overhoudt voor dingen die belangrijk zijn.

Communicatie. Vermoeidheid is moeilijk te zien voor andere mensen. De mate waarin iemand vermoeidheid ervaart, heeft voor een deel te maken met wat de omgeving van die persoon vraagt. Een werkgever die hoge eisen stelt, of er wordt verwacht dat iemand ’s avonds nog naar een feestje meegaat, of iemand heeft de zorg voor een jong gezin. Hoe leg je uit wat vermoeidheid is en zorg je dat mensen om je heen dit serieus nemen?

Houding. Op welke manier voert iemand een activiteit uit? Achter de laptop zitten lijkt een passieve activiteit, maar is voor iemand met schouderklachten juist intensief. Kan dit ook op een andere manier, zodat computeren minder energie kost?

Inrichting omgeving. Kunnen ruimtes in huis anders worden ingericht, zodat activiteiten minder energie kosten? Voor iemand met spierklachten kan het intensief zijn om lang aan een aanrecht te moeten staan. Een sta-kruk kan dan helpen. Net als een herindeling van de kasten of lades in plaats van kastjes waarvoor je moet bukken.

Yvonne Veenhuizen: ‘Samen kijken we waar iemands energielek zit, en hoe we dat kunnen aanpassen. Het is goed om te beseffen dat je zelf veel invloed hebt op de vermoeidheid. Prikkels in de omgeving, zoals licht en geluid, kun je energie verlagen. Stress op het werk kun je bespreekbaar maken. Bij stress van een trauma kun je kijken of je het een plek kan geven, bijvoorbeeld door mindfulness of yoga.’

Een veelgebruikte methode is de Activiteitenweger. Hiermee brengt de ergotherapeut de dagelijkse activiteiten en belastbaarheid in kaart. Daarna helpt de ergotherapeut om een nieuwe balans aan te brengen in de dag en de week. De Activiteitenweger is ontwikkeld in Meander Medisch Centrum. Het hulpmiddel helpt om de zwaarte van activiteiten op de dag te wegen, een balans te vinden en waar mogelijk op te bouwen in belastbaarheid.

Er is een speciaal programma voor mensen met cognitieve klachten na hersenletsel dat zich richt op vermoeidheid: ‘Niet rennen maar plannen’. Dit programma is ontwikkeld door het  Kenniscentrum Revalidatiegeneeskunde Utrecht en de Universiteit Maastricht, School for Mental Health and Neuroscience.