Home » Veelvoorkomende gevolgen van een beroerte

Veelvoorkomende gevolgen van een beroerte

Mensen kunnen na een beroerte verschillende gevolgen ondervinden. Er kunnen zichtbare gevolgen zijn, zoals verlamming aan één kant van het lichaam waardoor de mondhoek scheef hangt of een arm en been niet meer gebruikt kunnen worden. Maar er kunnen ook onzichtbare gevolgen optreden. Denk hierbij aan vermoeidheid, cognitieve problemen, afasie of gedragsveranderingen.

Veelvoorkomende gevolgen van een beroerte

Fysieke problemen. Na een beroerte kan eenzijdige verlamming optreden in het lichaam of het gezicht. Iemand kan daardoor bijvoorbeeld zijn arm niet bewegen of krijgt moeite met lopen. Als de mondhoek scheef hangt, worden de gezichtsspieren niet meer aangestuurd en wordt kauwen, slikken en articuleren lastig.
Taalproblemen. Het kan voorkomen dat iemand na een beroerte taal niet meer kan gebruiken om zich te uiten en taal niet meer begrijpt (zowel in spraak als schrift). Ook komt het voor dat non-verbale communicatie, impliciete boodschappen of sarcasme niet meer wordt herkend.

Veelvoorkomende onzichtbare gevolgen van een beroerte

Vermoeidheid. Na een beroerte kost alles meer energie dan voorheen. Iemand is snel moe en zal vaak moeten rusten. Dit blijft, ook lang na de beroerte, vaak een aandachtspunt en betreft zowel fysieke als mentale vermoeidheid.
Overgevoeligheid voor prikkels. Iemand externe prikkels minder goed verdragen. Hij of zij kan bijvoorbeeld niet tegen harde geluiden, veel licht of de veelheid aan producten in de supermarkt. Dit kan vermoeidheid of verwarring geven.
Geheugenproblemen en andere cognitieve gevolgen. Iemand kan na een beroerte problemen krijgen bij het verwerken van informatie, plannen en organiseren, situaties inschatten en dingen onthouden. Het kan voorkomen dat iemand de rechter- of linkerzijde van zijn omgeving niet of verminderd waarneemt (neglect). Deze kant wordt simpelweg niet geregistreerd door de hersenen. Naast het zicht kan een neglect zich ook uiten in gehoor of in lichaamsbewustzijn. De linkerarm wordt dan niet meer als lichaamseigen ervaren.

Gedragsveranderingen. Een beroerte kan veranderingen tot stand brengen in het gedrag. Iemand wordt bijvoorbeeld sneller boos of verdrietig. Het kan ook voorkomen dat bepaalde gedrags- of karakterkenmerken worden versterkt. Zo kan iemand die al bekend stond als verlegen, zich nog meer terugtrekken.

Hoe kan een ergotherapeut helpen?

‘Vooral de onzichtbare gevolgen van een beroerte kunnen gemeen zijn, omdat de omgeving én de patiënt zelf niet meteen in de gaten hebben dat er iets aan de hand is,’ zegt Marike Jansen, die als ergotherapeut werkzaam is bij een revalidatiecentrum in Utrecht. ‘Een ergotherapeut probeert inzicht te geven in de situatie: wat is er veranderd? Op wat voor momenten uiten de problemen zich? Het is belangrijk dat iemand zich daar eerst bewust van is. Pas daarna kun je er wat aan doen.’

Na het inzicht volgt strategietraining. Bijvoorbeeld: hoe kun je ervoor zorgen dat je niet meer constant je sleutels kwijtraakt of afspraken vergeet? ‘We zoeken naar strategieën bij een beperking die passen bij iemands leven,’ legt ergotherapeut Marike Jansen uit. ‘De ene cliënt moet voor kinderen zorgen, een ander wil de televisie op de juiste manier bedienen. Het hangt van de persoon, de beperking en zijn inzicht daarin af wat het beste werkt.’

Verschillende methodes

Vaak is na een beroerte het probleemoplossend vermogen aangetast, waardoor iemand in alledaagse situaties niet goed meer kan overzien wat hij moet doen. Een veelgebruikte methode onder ergotherapeuten om dit aan te pakken is de Stop-Denk-Doe. Marike Jansen: ‘Voordat je ergens aan begint, neem je even een pauze. Dan ga je nadenken: wat wil ik doen, wat heb ik daarvoor nodig en hoe kan ik dit het beste oppakken? Pas daarna volgt actie.’

Bij vermoeidheid of cognitieve problemen kan de ‘Niet Rennen Maar Plannen’-methode (NRMP) goed helpen, waarbij iemand onder andere leert omgaan met tijdsdruk en grip krijgt geheugenproblemen. Ook leren cliënten door deze methode beter plannen en organiseren. Bij verminderde waarneming (neglect) kan een ergotherapeut helpen met scantrainingen en speciale programma’s om hiermee leren om te gaan.