Lopende ergotherapie onderzoeken

Onderstaand worden de lopende onderzoeksprojecten beschreven met relevantie voor de ergotherapie. Naast titel van het onderzoek en de naam van de onderzoeker/ PhD-student, wordt beschreven:

  • Namen Projectgroepleden/ promotiecommissie
  • Naam Lectoraat of Leerstoel
  • Publicaties/ presentaties
  • Thema uit de Kennisagenda Ergotherapie
  • Korte beschrijving van het onderzoek/ de vraagstelling/ methodiek
  • Op welk termijn resultaten worden verwacht
  • Wat het onderzoek oplevert voor de praktijk/ de praktiserende ergotherapeut

Ontbreekt er een onderzoek of wil je de bestaande info aanpassen? Stuur dan een mail met het invulde format naar: beleid@ergotherapie.nl

Gepromoveerde ergotherapeuten en hun afgeronde onderzoek

Ben je benieuwd naar de afgeronde onderzoeken? Bekijk deze onderzoeken hier.

Kennisagenda Ergotherapie

Onderstaand worden de lopende onderzoeksprojecten beschreven. Hierbij is aangegeven bij welk thema van de Kennisagenda Ergotherapie het onderzoek hoort.

Leerstoel Ergotherapie

De Leerstoel Ergotherapie is actief in de driehoek onderzoek, onderwijs en praktijk. In onderstaand overzicht vind je o.a. de onderzoeken en samenwerkingsprojecten die onder (bege)leiding van de leerstoel zijn uitgevoerd.

Thema 1 Kennisagenda: Effectiviteit, werkingsmechanismen en doelmatigheid (kosteneffectiviteit)

Promotieonderzoek van Leen De Coninck: The impact of occupational therapy on home-based physical frail older people.

Meer informatie

Promotoren : Prof. dr. Bert Aertgeerts en Prof. dr. Anja Declercq, Katholieke Universiteit Leuven; Prof. dr. Maud Graff, Radboud Universiteit Nijmegen, afdeling IQ healthcare en Revalidatie. Subsidie Evidence based practice department KU Leuven en Richtlijncommissie België (Gepromoveerd aan de KU Leuven, 25 januari 2024).

Korte beschrijving: Het betreft onderzoek naar de impact van ergotherapie op thuiswonende kwetsbare ouderen met fysieke problematiek in de Belgische zorgcontext. Uit het systematische review (internationaal onderzoek) van effectieve ergotherapie interventies (binnen mono- en multidisciplinaire interventies) voor thuiswonende kwetsbare ouderen met fysieke problematiek blijkt dat na afloop van ergotherapie significante verbeteringen worden vastgesteld op dagelijks functioneren, sociale participatie, mobiliteit en angst voor vallen. Succesfactoren en barrières die volgens ouderen van invloed waren op verbetering van hun autonomie en participatie in dagelijkse activiteiten waren: attitude, sociale invloed (steun/belemmeringen), persoonlijke effectiviteit en coping strategie (wijze van probleemoplossing). Interprofessionele samenwerking bleek een uitdaging volgens zorgprofessionals. Succesfactoren en barrières voor duurzame interprofessionele samenwerking lagen volgens professionals op het niveau van: de acceptatie van de innovatie, het individu, de professional, de sociale context, de context van de organisatie, economisch en politiek. Er werd een evidence-based ergotherapie interventie ontwikkeld, de ProMOTE interventie om het dagelijks functioneren en sociale participatie van kwetsbare ouderen te verbeteren. In een pilot implementatieonderzoek bleek de adherence van ergotherapeuten aan deze ProMOTE interventie hoog te zijn. Er werden kwaliteitsindicatoren ontwikkeld en werkingsmechanismen van de ProMOTE interventie onderzocht. Op basis van deze studies werd de definitieve klinische richtlijn voor eerstelijns ergotherapie bij kwetsbare ouderen met fysieke problematiek ontwikkeld. Aanbevolen wordt en plan voor de komende 3 jaar is, om samen met Leen De Coninck, Leuven Universiteit en Radboudumc gezamenlijk de (kosten-) effectiviteit van deze ProMOTE interventie te onderzoeken in België en Nederland. Hierbij is het plan om deze interventie eerst in een pilotonderzoek op geschiktheid voor implementatie en op aanwijzingen voor effectiviteit ook in Nederland te onderzoeken. Het zou als evidence-based aanpak vanuit ergotherapie binnen reablement kunnen worden geïmplementeerd, zoals nu ook EDOMAH bij mensen met dementie en cognitieve problematiek wordt ingezet. Publicaties en onderwijs laatste twee-drie jaar (2023-2026): Coninck, L. De, Declercq, A., Bouckaert, L., Dopp, C.M.E., Graff, M.J.L. & Aertgeerts, B. The willingness and barriers to collaborate in the care of frail older adults: perspectives of primary care professionals. BMC Geriatrics 2023, 23 (1), 488. doi: 10.1186/s12877-023-04163-y Coninck L. De, Declercq A, Bouckaert L, Dopp C.M.E., Graff M.J. & Aertgeerts B. Promoting meaningful activities by occupational therapy in elderly care in Belgium: the ProMOTE intervention. BMC Geriatrics 2024, 24 (1):275. doi: 10.1186/s12877-024-04797-6 Coninck L. De. The impact of occupational therapy on home-based physical frail older people. Proefschrift. Leuven: Katholieke Universiteit Leuven, January 2024. Onderwijs en lezingen: Leen DeConinck verzorgde lezingen op diverse nationale en internationale congressen, waaronder het COTEC en WFOT congres en publiceerde een interview over en samenvatting van haar onderzoek in Ergotherapie. Ze geeft onderwijs over de ProMOTE interventie en de door haar gehanteerde onderzoeksmethoden in België. Ze heeft tevens gepresenteerd voor ons Netwerk Ergotherapie Onderzoekers in Nijmegen en de afdeling Revalidatie.

Promotieonderzoek Renske Janssen: Development and evaluation of an integrated multidisciplinary rehabilitation program for patients with neuralgic amyotrophy.

Meer informatie

Promotoren en copromotoren: Prof. dr. Sander Geurts, Prof. dr. Maud Graff; dr. Edith Cup; dr. Jan Groothuis. Het onderzoek is in samenwerking met de afdelingen revalidatie en neurologie van het Radboudumc uitgevoerd (Gepromoveerd aan de Radboud Universiteit, November 2024). Met telkens kleine subsidies en gelden verdiend met onderwijs vanuit de Stichting Revalidatiewetenschap Nijmegen.

Korte omschrijving: Het onderzoek betreft de ontwikkeling, het testen en evalueren van de effectiviteit van een multidisciplinaire revalidatiebehandeling voor mensen met Neuralgische Amyotrofie en een klinimetrische studie naar een nieuw ontwikkeld meetinstrument: de grafieken voor ervaren vermoeidheid en pijn. De revalidatiebehandeling bestond naast de medische begeleiding uit een gecombineerde fysio- en ergotherapiebehandeling. Dit leverde zowel in een pilotstudie als effectstudie significante verbeteringen op in: a) uitvoering en tevredenheid van dagelijkse activiteiten (COPM), b) schouderklachten (SRQ-DLV), c)positieve gezondheidsverandering (subschaal gezondheidsverandering, SF-36). De pijn- en vermoeidheid grafieken bleken betrouwbaar en valide om pijn en vermoeidheidsklachten gedurende de dag te meten bij mensen met Neuralgische Amyotrofie. Toekomstige verdere validatie van dit pijn- en vermoeidheidsmeetinstrument wordt aangeraden. Toekomstige implementatie- en evaluatieonderzoek van deze gecombineerde ergotherapie-fysiotherapie interventie bij Neuralgische Amyotrofie in de thuissituatie is het plan, om in de toekomst betaalbaardere zorg dicht bij huis (substitutie van zorg) te kunnen bieden. De leerstoel Ergotherapie wil de komende 3 jaar hier subsidie voor verwerven om dit in de thuissituatie te gaan onderzoeken en het meetinstrument daarbinnen te valideren. Publicaties laatste twee-drie jaar 2023-2026: Janssen RMJ, Lustenhouwer R, Cup EHC, van Alfen N, Ijspeert J, Helmich RC, Cameron IGM, Geurts ACH, van Engelen BGM, Graff MJL, Groothuis JT. Effectiveness of an outpatient rehabilitation programme in patients with neuralgic amyotrophy and scapular dyskinesia: a randomised controlled trial. J Neurol Neurosurg Psychiatry, 2023 Jan 25:jnnp-2022-330296. doi: 10.1136/jnnp-2022-330296. Online ahead of print. PMID: 36697215 Renske MJ Janssen, Jos Ijspeert, Jan T. Groothuis, Nens van Alfen, Alexander CH Geurts, Maud JL Graff, Tanya L. Packer, and Edith HC Cup. Patient-Generated Graphs to Measure Pain and Fatigue in Persons with Neuralgic Amyotrophy. The Open Journal of Occupational Therapy, April 2025, https://scholarworks.wmich.edu/ ojot/vol13/iss2/7 Renske MJ Janssen. Development and evaluation of an integrated multidisciplinary rehabilitation program for patients with neuralgic amyotrophy. Proefschrift. Nijmegen: Radboudumc. November 2024 Onderwijs en lezingen: Renske heeft webinars verzorgd en lezingen gegeven op nationale en internationale congressen, waaronder het jaarcongres Ergotherapie, COTEC, WFOT WFOT en het Netwerk Ergotherapie Onderzoekers Nijmegen (NEON). Ze heeft ook aan de HAN master neurorevalidatie en binnen het Radboudumc lessen en lezingen verzorgd, evenals lesgegeven aan de multidisciplinaire post-hbo schoudercursussen voor ergotherapeuten en fysiotherapeuten.

Promotieonderzoek Sanne Pellegrom: Ondersteuning van het dagelijks functioneren van mensen met een neurologische aandoening: (kosten)effectiviteit van Occupational Therapy at Home E-Rehabilitation (OTHER) interventie voor mensen na een beroerte. 

Meer informatie

Promotoren en copromotoren: Prof. Dr. Maud Graff, Prof. dr. Bianca Buurman, dr. Margo van Hartingsveldt (HvA Lectoraat Ergotherapie), dr. Margriet Pol (HvA). In samenwerking met dr. Ton Satink (HAN Lectoraat Neurorevalidatie) (expert CVA en zelfmanagement en kwalitatief onderzoek), dr. Ramon Daniels (Hogeschool Zuyd, Lectoraat Technologie en Gezondheid) (expert technologie in de zorg bij kwetsbare ouderen) en dr. Lida Wauben (Hogeschool Rotterdam) (expert CVA en technologie) uitgevoerd. Met Ergotherapie subsidie ZonMw.

Universiteit/ faculteit: Hogeschool van Amsterdam/ AmsterdamUMC/ UNO Amsterdam

Korte omschrijving: Mensen boven de 60 jaar die een beroerte hebben gehad, gaan vaak vanuit het ziekenhuis naar een geriatrisch revalidatiecentrum en daarna weer naar huis. Die overgang naar huis is voor veel mensen een moeilijke stap. Thuis merken zij pas echt hoe groot de gevolgen van de beroerte zijn: lichamelijke, cognitieve en/of emotionele problemen maken het lastig om dagelijkse activiteiten weer op te pakken en het eigen leven opnieuw te organiseren. Om hierbij te helpen is de OTHER-interventie ontwikkeld, waarbij activiteitenmonitoring wordt gecombineerd met coaching door een ergotherapeut. De activiteitenmonitor is een klein apparaatje dat op de broekband wordt gedragen en bewegingen registreert. De ergotherapeut gebruikt deze informatie tijdens coachingsgesprekken om samen met de persoon na een CVA te werken aan doelen rond het dagelijks leven thuis. De coaching is gebaseerd op een gelijkwaardige relatie en heeft veel elementen van oplossingsgericht werken. 

Vraagstelling: Is de OTHER-interventie effectief, en wat kost het in verhouding tot wat het oplevert voor het stimuleren van dagelijkse activiteiten en zelfmanagement bij mensen die na een beroerte thuis wonen, vergeleken met de gebruikelijke zorg? 

 Methode: Het onderzoek is stap voor stap opgebouwd: eerst is de interventie ontwikkeld, daarna getest in een kleinschalige pilotstudie en vervolgens onderzocht in een grote studie in heel Nederland, met tien zorgorganisaties. Daarin vergeleken we twee groepen: mensen die reguliere revalidatie kregen en mensen die daarbij de OTHER-interventie ontvingen. Aanvullend zijn zowel personen na CVA die meededen aan het onderzoek als betrokken ergotherapeuten geïnterviewd over hun ervaringen, zodat we begrijpen wat in de praktijk wel en niet heeft gewerkt. 

Publicaties:

  • De haalbaarheidsstudie is gepubliceerd: OTHER: ergotherapie in thuissituatie met behulp van eHealth en (online) coaching | HvA
  • De analyse van de effectstudie en procesevaluatie is in volle gang en wordt zo snel mogelijk gepubliceerd. 
  • Lezingen verzorgd op het jaarcongres EN, COTEC, en zal spreken op het IAGG congres. Ze geeft onderwijs in een post-hbo aan ergotherapeuten die deelnemen aan het onderzoek en onderwijs aan studenten van de HvA hierover.

Wat levert dit op voor de praktiserend ergotherapeut:

  • Praktische handvatten om activiteitenmonitoring te combineren met coachende gesprekken. 
  • Scholing en oefening in het werken met eHealth en oplossingsgericht coachen binnen de ergotherapiepraktijk. 

Promotiedatum nog niet bekend.

Onderzoek naar de effectiviteit van ergotherapie bij COVID-klachten. Gestart als promotieonderzoek van Marly Kammerer en overgenomen door junioronderzoeker Janneke Fleuren en dr. Edith Cup.

Meer informatie

Promotoren/begeleiders: Prof. dr. Maud Graff, Prof. Philip van der Wees, dr. Edith Cup, Dr. Hanneke Kalf (Radboud Universiteit Nijmegen). (2020-2024). Het onderzoek is in samenwerking met Ergotherapie Nederland uitgevoerd. Het was onderdeel van de gezamenlijke subsidie voor de evaluatie van paramedische zorg bij post-COVID klachten, dat door het PARACOV consortium dat onder aansturing van hoogleraren paramedische wetenschappen en hoogleraar ergotherapie, senioronderzoekers fysiotherapie, ergotherapie en logopedie en de paramedische beroepsverenigingen werd uitgevoerd.

Korte omschrijving: Het onderzoek betrof een pre-post observationele studie gericht op de evaluatie van ergotherapie, fysiotherapie, logopedie en diëtiek en de overall paramedische zorg bij mensen met post-COVID klachten. Er werden significante veranderingen na afloop van ergotherapie gevonden op de uitvoering van dagelijkse activiteiten en de tevredenheid hiermee (COPM), de tevredenheid met de ergotherapie behandeling (Pro-Ergo), als het cognitief functioneren bij cognitieve klachten (CoCo-P). Er kunnen geen harde conclusies getrokken worden aangezien het een observationele studie zonder controlegroep betrof (was niet toegestaan vanuit de subsidiegever ZIN i.s.m. ZonMw). Het wordt aangeraden om deze interventie in een gecontroleerd onderzoek te evalueren bij mensen met post-COVID klachten. Subsidie hiervoor verkrijgen is de afgelopen jaren geprobeerd maar niet gelukt. Plannen voor de komende 3 jaar: kennis en ervaringen met deze interventie en de resultaten van dit onderzoek zijn meegenomen in het protocol voor het onderzoek naar de effectiviteit van ergotherapie bij mensen met chronische neurologische aandoeningen met vermoeidheidsklachten, dat momenteel binnen de leerstoel Ergotherapie loopt (promotieonderzoek Rhodé Berkenbosch). Ook is de secundaire uitkomstmaat CoCo-P verder gevalideerd de afgelopen jaren door Marieke Heister i.s.m. Edith Cup, Hanneke Kalf en Maud Graff.

Publicaties en onderwijs 2023-2026: Gerards MHG, Slotegraaf AI, Verburg AC, Kruizenga H, Cup EHC, Kalf H, Graff MJL, Akkermans RP, Wees PJ van der & Hoogeboom TJ. One-year evaluation of people recovering from COVID-19 receiving allied primary healthcare: A nationwide prospective cohort study. Annals of Physical and Rehabilitation Medicine 2024, 67 (7):101874. doi: 10.1016/j.rehab.2024.101874 Cup, E. H. C., Fleuren-Lemmers, J. W. B., Wassink, T. J., van de Ven-Stevens, L. A. W., van der Wees, P. J., Kalf, J. G., & Graff, M. J. L.. Evaluation of occupational therapy in persons with COVID-19: a pre-post observational cohort study. BMJ Open 2024, 14(11), e089083. https://doi.org/10.1136/bmjopen-2024-089083. Er is een artikel van ons verschenen in Ergotherapie Magazine Onderwijs en webinars: door Edith Cup, Janneke Fleuren, Lucelle van de Ven-Stevens en Maud Graff zijn webinars en lezingen verzorgd voor het jaarcongres van EN, het WFOT en COTEC congres en het Netwerk Ergotherapie Onderzoekers Nijmegen (NEON). Ook is hierover onderwijs gegeven aan de master neurorevalidatie van de HAN.

Promotieonderzoek Elly Branderhorst-Pruijssers: Evaluatie van effectiviteit en kosten & onderzoek naar onderliggende mechanismen van Reablement bij kwetsbare ouderen (waaronder ook mensen met dementie).

Meer informatie

Promotoren: Prof. dr. Maud Graff (Radboude Universiteit Nijmegen), copromotoren dr. Silke Metzelthin (Maastricht University) en dr. Ton Satink (HAN Lectoraat Neurorevalidatie).

Universiteit: Radboud Universiteit Nijmegen/ Radboudumc.

Korte Omschrijving: Het onderzoek betref een pilot onderzoek naar indicaties voor effectiviteit en kostenevaluatie van Reablement bij kwetsbare ouderen. Eveneens worden de werkingsmechanismen van reablement onderzocht door uitvoering van een realist review en realist evaluatie studie. Reablement is een interdisciplinaire interventie van ergotherapie en thuiszorg met facultatief toevoeging van andere paramedische interventies zoals fysiotherapie, logopedie, diëtetiek en samenwerking met welzijnswerk. Ergotherapie en wijkverpleging voeren de coördinatie van de interdisciplinaire interventie uit en zorgen voor gezamenlijke doelbepaling en evaluatie. Het pilotonderzoek naar de effectiviteit en kostenevaluatie laat zien dat na reablement volgens het Langer Actief Thuis (LAT) programma a) significante verbeteringen optreden in de uitvoering van dagelijkse activiteiten en de tevredenheid hiermee (COPM) bij kwetsbare ouderen, b) het aantal uren wijkverpleging significant afneemt en dit veel kosten bespaart. Het wordt aangeraden en doel voor de komende 3 jaren is , om onderzoek naar de werkingsmechanismen van reablement uit te voeren (review en evaluatie) en vervolgens de (kosten-)effectiviteit van reablement bij kwetsbare ouderen te onderzoeken in een gerandomiseerd onderzoek. Momenteel loopt de realist review studie en is een subsidieaanvraag bij zonmw ingediend om deel twee van het onderzoek naar werkingsmechanismen, de realist evaluatie, vergoed te krijgen. Eveneens worden de subsidiekansen in de gaten gehouden voor de vervolgstudie naar de (kosten)effectiviteit van reablement bij kwetsbare ouderen (inclusief dementie) in de thuissituatie. Hiertoe werd afgelopen jaar eveneens een kennisvraag ingediend die kansrijk werd beoordeeld maar helaas niet werd gehonoreerd binnen het passende zorg programma omdat er in de meeste gevallen ook betrokkenheid van fysiotherapie noodzakelijk is en zij niet onder de basisverzekerde zorg vallen. Ook de coördinatoruren door wijkverpleging en ergotherapie (ieder 2 uren) worden in de basisverzekering momenteel nog niet vergoed. We hebben geleerd dat binnen het programma passende zorg hier dan geen mogelijkheid wordt geboden de (kosten-) effectiviteit te onderzoeken, ondanks de maatschappelijke relevantie en verwachte besparingen vanuit maatschappelijk oogpunt. Plan voor komend jaar is om een toekomstige aanvraag voor de (kosten-) effectiviteitstudie van reablement bij kwetsbare ouderen bij ZonMw call paramedische zorg (of andere call) in te dienen, omdat reablement vanuit de diverse pilot onderzoeken die in Nederland zijn uitgevoerd, waaronder de studie van Elly, aanwijzingen geven voor effectiviteit en kostenbesparing en reablement bij kwetsbare ouderen een groot substitutie en preventiepotentieel lijkt te hebben. Dit hopen we in de komende 3 jaar met bewijs te kunnen onderbouwen.

Publicaties 2024-2026: Branderhorst-Pruijssers, Silke Metzelthin (Maastricht University), Ines Mouchaers (Maastricht University) , Ton Satink (HAN), Maud Graff (Radboudumc). Positive changes after a reablement program for older people in the Netherlands: A mixed-methods feasibility study. BMJ open (accepted April 2026): Feasibility of a Reablement Programme in Community Care in the Netherlands; A Qualitative Study – Maastricht University Er zijn diverse artikelen over de reablement aanpak door Elly geschreven voor Nederlandstalige zorgtijdschriften en ook Ergotherapie Magazine.

Onderwijs: Elly heeft gesproken op het jaarcongres Ergotherapie, COTEC en WFOT congres en landelijke webinars en lezingen verzorgd, naast lezingen binnen het onderzoeksprogramma en voor de auditcommissie van het Radboudumc en het Netwerk Ergotherapie Onderzoekers Nijmegen (NEON) en regionale netwerken ergotherapie (RENs). Ze spreekt ook op het internationale IAGG Geriatrie en gerontologie congres. Daarnaast een presentatie op Alzheimer Europe.

Promotiedatum: 2027

Consortiumproject Reablement bij Dementie (Wereldwijd). Betrokkenen uit Nederland: dr. Silke Metzelthin, prof. dr. Marjolein de Vught (beiden Maastricht University), prof. dr. Maud Graff (Radboudumc).

Meer informatie

Betrokken landen Nederland, Engeland, Noorwegen, US, Australië. Dit project richtte zich op de oprichting van een internationaal reablement consortium, en onderzoek naar de definitie, doelstellingen en evidence -base voor reablement bij dementie. Reablement laat positieve eerste resultaten in pilot studies zien bij kwetsbare ouderen (waaronder mensen met lichte dementie). Verwacht wordt dat reablement ook bij lichte tot matige dementie tot positieve resultaten zal leiden. In de praktijk wordt het hier ook al bij toegepast. Reablement bij dementie richt zich op het zo lang en optimaal mogelijk actief blijven en thuis kunnen wonen van mensen met dementie en hun mantelzorgers. Reablement bij dementie is een interdisciplinaire interventie van ergotherapie en thuiszorg met facultatief toevoeging van andere paramedische interventies zoals fysiotherapie, logopedie en diëtetiek en samenwerking met welzijnswerk zoals casemanagers dementie. Binnen reablement bij dementie worden evidence-based programma’s toegepast, waaronder EDOMAH vanuit de ergotherapie en Coach2Move vanuit de fysiotherapie.

Publicaties en onderwijs 2024-2026: Silke F Metzelthin, Jette Thuesen, Hanne Tuntland, Magnus Zingmark, Yun-Hee Jeon, Hanne Kaae Kristensen, Lee-Fay Low, Christopher J Poulos, Jackie Pool, Miia Rahja, Erik Rosendahl, Marjolein E de Vugt, Clarissa Giebel, Maud JL Graff, Linda Clare. Embracing Reablement as an Essential Support Approach for Dementia Care in the 21st Century: A Position Paper. Journal of Multidisciplinary Healthcare 2024:17, 5583–5591. DOI https://doi.org/10.2147/JMDH.S484069. Onderwijs en lezingen: samen met de afgevaardigden van alle landen een workshop op het IAGG congres.

Promotieonderzoek Phebe Das: Ontwikkeling en pilotevaluatieonderzoek naar de geschiktheid (feasibility) en pilot-effectiviteit van het SOCAV programma ter ondersteuning van de eigen regie van ouderen met dementie in het verpleeghuis en thuis. SOCAV is een interventie uitgevoerd door verzorgenden, verpleegkundigen, ergotherapeuten en mantelzorgers.

Meer informatie

Promotoren en copromotoren: prof. dr. Maud Graff, dr. Lieve Roest, dr. Hanneke Donkers (Radboudumc). In samenwerking met Avoord Zorgorganisatie (verpleeghuis, dagcentra en thuiszorg). Promotieonderzoek 2019-2024, afgerond door promotieteam in 2026). Subsidie Memorabel van ZonMw en subsidie Radboudfonds en kleine subsidie Ergotherapie Nederland.

Korte omschrijving: SOCAV (Spiegelen, Observeren, Communiceren, Aanleren van strategieën en Vaardigheden) is een interventie gebaseerd op het evidence-based EDOMAH programma en het evidence-based Kalorama Cocahing programma. De interventie wordt interdisciplinair aangeboden door training en peer-coaching on the job van verzorgenden en verpleegkundigen i.s.m. een ergotherapeut. Na afloop van de SOCAV interventie in het verpleeghuis traden significante verbeteringen op in de eigen regie in betekenisvolle activiteiten bij mensen met dementie en hun tevredenheid hiermee, dit werd vastgesteld met de COPM vanuit 3 perspectieven (cliënt, mantelzorger en verzorgende perspectief). Zowel in het verpleeghuis als thuis bleek het programma geschikt om uit te voeren en veranderde de attitude en het gedrag van verzorgenden en verpleegkundigen van taakgericht werken en zorg en taken overnemend gedrag, naar persoonsgericht werken en eigen regie ondersteunend gedrag (gemeten m.b.v. reflectieve dagboeken). Aanbevelingen en plannen voor de komende 3 jaren zijn om dit programma landelijk te implementeren en evalueren. Hiertoe hebben we voor het opzetten van scholing aan mbo verzorgenden en zijinstromers contact gelegd met de onderwijsorganisatie Stap Op, om dit onderwijs samen met ons door te ontwikkelen en evalueren. Hiertoe zouden we tevens kunnen samenwerken met de reablement netwerken, omdat hier behoefte blijkt te zijn aan scholing voor verzorgenden. Er wordt ook binnen EDOMAH post HBO en expertgroep van de kennisnetwerken aandacht aan besteed, om de rol op te pakken om scholing aan verzorgenden binnen de eigen organisaties hierover aan te bieden. Vanwege onvoldoende eenduidigheid van het begrip eigen regie, dat ook werd aangegeven binnen de pilotonderzoeken door mantelzorgers en verzorgenden, wordt momenteel tevens een conceptanalyse eigen regie bij dementie uitgevoerd, waartoe nu een review wordt uitgevoerd naar het begrip eigen regie.

Publicaties en onderwijs 2023-2026: Das P., Douma G., Donkers H., Roets R, Graff M.J.L. SOCAV, a nurse-led program promoting self-direction in nursing homes: a longitudinal mixed-methods pilot study. BMC Geriatrics, accepted 11 February 2026, https://doi.org/10.1186/s12877-026-07100-x (in press) Das P., Douma G., Donkers H., Roets R, Graff M.J.L. SOCAV: a nurse-led support programme for self-direction in people with dementia receiving home care, involving informal caregivers – a feasibility study with process evaluation in the Netherlands. BMJ Open 16:e105939. Doi: 10.1136/bmjopen-2025-105939. Golnaz Atefi, Lieve Roets-merken, Maud Graff. Supporting Self-Direction in Meaningful Activities and Social Participation Among Vulnerable Older Adults: A Protocol for an Integrative Review and Concept Analysis. BMJ Open (accepted) Lezingen en onderwijs: Phebe en ik hebben diverse lezingen verzorgd voor zorgorganisatie Avoord, het jaarcongres Ergotherapie, COTEC, WFOT en Alzheimer Europe en ik zal op het IAGG hierover ook presenteren. Ook heeft ze gepresenteerd binnen het Netwerk Ergotherapie Onderzoekers Nijmegen (NEON). Er wordt binnen EDOMAH aandacht aan besteed om ook de rol naar scholing van verzorgenden binnen de eigen organisaties op te pakken.

Promotieonderzoek Eline Böhner: Unlocking potential: Empowering Participation and Autonomy in people with Korsakoff Syndrome living in nursing homes.

Meer informatie

Promotoren: Prof. dr. Maud Graff, dr. Carola Döpp (Radboudumc), prof. dr. Martin Smalbrugge (Amsterdam UMC), dr. Ineke Gerritzen (Atlant Zorgorgnisatie). In samenwerking met Atlant zorg organisatie. (Promotieonderzoek 2024-2029). Subsidie Atlant Zorgorganisatie.

Korte omschrijving: Ergotherapie richt zich op de bevordering van de eigen regie en participatie in betekenisvolle activiteiten van mensen met het syndroom van Korsakoff. Het betreft een doelgroep die moeilijk te motiveren is en waarbij ook familieleden en professionals op zoek zijn naar handvatten om de autonomie en participatie van deze mensen te bevorderen. Eline onderzoekt momenteel de behoeften en perspectieven m.b.t. autonomie en participatie van mensen met Korsakoff, hun familieleden en professionals o.b.v. interviews. Ze zal een feasibility onderzoek naar de geschiktheid, pilot-effectiviteit en pilot-implementatie onderzoek uitvoeren en een onderzoek naar de werkingsmechanismen van ergotherapie bij mensen met Korsakoff. Eline zal hier nog de komende 3 jaren mee bezig zijn. Op basis hiervan zal vervolgens een handreiking voor Ergotherapie bij Korsakoff worden ontwikkeld.

Publicaties en onderwijs:

Publicatie: Study protocol KAPACIT study – Unlocking potential: Empowering participation and autonomy in people with Korsakoffsyndrome in nursing homes: Klik hier.

Eline heeft een presentatie gehouden op Korsakoff congres, binnen het Korsakoff netwerk, op jaarcongres Ergotherapie en voor het Netwerk Ergotherapie Onderzoekers Nijmegen (NEON).

Promotieonderzoek Rhodé Berkenbosch: Grip op vermoeidheid: het COMFI-onderzoek. Ergotherapie thuis bij mensen met chronisch neurologische aandoeningen en vermoeidheid in de eerstelijn 

Meer informatie

Promotoren en copromotoren: prof. dr. Maud Graff, dr. Nicole Voet, dr. Edith Cup, dr. Ingrid Sturkenboom Radboud Universiteit Nijmegen, afdeling Revalidatie en Klimmendaal Revalidatiecentrum. Ergotherapiesubsidie ZonMw. (promotieonderzoek 2025-2029) Korte omschrijving: Waar de meeste mensen ’s ochtends met een volle batterij beginnen, staat de teller bij veel mensen met een progressieve neurologische aandoening al op bijna leeg. Een douche, een gesprek, een boodschap: alles kost energie die er niet is en die komt niet zomaar terug met slapen. Vermoeidheid bij deze aandoeningen is een van de meest onderschatte klachten: ze is onzichtbaar, ondermijnt het dagelijks functioneren en heeft grote impact op de kwaliteit van leven. In de eerstelijnspraktijk zetten ergotherapeuten hiervoor diverse methodes in, waaronder de Activiteitenweger en het Packer Managing Fatigue Program (PMFP). Beide worden vaak gecombineerd: de Activiteitenweger geeft inzicht in energiepatronen, terwijl het PMFP strategieën aanreikt om energie bewust in te zetten en activiteiten beter te verdelen. Naar het PMFP is eerder onderzoek gedaan met wisselende maar veelbelovende effecten, en de Activiteitenweger wordt in de praktijk als waardevol ervaren. De combinatie van beide interventies, en de toepassing binnen de eerstelijnszorg in Nederland en bij deze bredere doelgroep, is nog niet systematisch onderzocht. Ergotherapeuten combineren ze dus vooral op ervaring, nog niet op bewijs. Daar brengt de COMFI-studie (COmbined Managing Fatigue Intervention) verandering in. De studie richt zich op volwassenen met Parkinson(isme), een neuromusculaire aandoening, hereditaire spastische paraparese (HSP) of ataxie, die vermoeidheid in hun dagelijks leven ervaren. In een gerandomiseerde gecontroleerde trial worden 132 deelnemers verdeeld over een interventiegroep en een wachtlijstcontrolegroep van vier maanden. De interventie bestaat uit 6-8 sessies gericht op energie- en zelfmanagement. We onderzoeken niet alleen of de aanpak participatie verbetert en kosteneffectief is. We besteden aandacht aan hóe de interventie werkt: wat ergotherapeuten en deelnemers ervan vinden en wat nodig is om de aanpak breed in te zetten. 

Eerste resultaten worden verwacht in 2028, met afronding van het promotieonderzoek in 2029. Rhodé heeft gepresenteerd op het jaarcongres Ergotherapie. Toekomstige lezingen op ergotherapie en revalidatiecongressen zullen worden gegeven, evenals onderwijs aan de master neurorevalidatie en ergotherapie master.

Toegevoegde waarde voor praktiserend ergotherapeut: COMFI levert ergotherapeuten bewijs voor wat ze al doen en méér grip op deze hulpvragen. De COMFI-interventie sluit aan bij bestaande werkwijzen, maar krijgt een wetenschappelijke basis, die helpt bij het onderbouwen van behandelkeuzes richting collega’s en verwijzers. Het levert een getest protocol op, inzicht in kosteneffectiviteit en praktijkkennis over implementatie, gebaseerd op ervaringen uit de praktijk. Kortom: concrete handvatten om mensen te begeleiden in energie- en zelfmanagement, gericht op meer participatie én passendere zorg. 

Promotieonderzoek Sarah Meuser ‘Partnering for Change in de Nederlandse context’ 

Meer informatie

Begeleiders: dr. Barbara Piskur, dr. Ramon Daniels (Hogeschool Zuyd, Lectoraat Technologie in de gezondheidszorg), prof. dr. Maud Graff (Radboud Universiteit Nijmegen) i.s.m. dr. Debbie Kramer (Hanze Hogeschool Groningen), dr. Margo van Hartingsveldt (HvA, lectoraat Ergotherapie), dr. Ton Satink (HAN Lectoraat Neurorevalidatie), drs. Michelle Van Vliet (HR). Korte omschrijving: Kinderen met speciale onderwijsbehoeften participeren vaak minder op school dan hun leeftijdsgenoten. Tegelijkertijd neemt de behoefte aan inclusiever onderwijs toe, waarin alle kinderen optimaal kunnen deelnemen aan onderwijs- en schoolactiviteiten. Steeds meer onderzoek laat zien dat contextgerichte interventies in de klas, gericht op zowel alle leerlingen als leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften, effectiever zijn in het bevorderen van participatie dan uitsluitend individueel gerichte interventies. Vanuit deze ontwikkeling en de behoefte aan een alternatieve aanpak waarin zorg en onderwijs nauw samenwerken, preventie centraal staat en de focus verschuift van het individuele kind naar de onderwijscontext, is dit promotieonderzoek ontstaan. 

Het onderzoek bestaat uit vier samenhangende studies. Een scoping review bracht bestaande interventies in kaart die zich richten op de fysieke en sociale schoolomgeving ter bevordering van participatie van leerlingen. Hieruit kwam de Canadese aanpak Partnering for Change (P4C) naar voren als een veelbelovend model. P4C richt zich op het bevorderen van participatie en inclusie van alle kinderen door aanpassingen in de onderwijscontext en structurele samenwerking tussen ergotherapeuten en leerkrachten binnen de schoolsetting. Vervolgens werd P4C aangepast aan de Nederlandse context en toegepast binnen reguliere en speciale basisscholen, taalscholen en peuteropvangvoorzieningen. 

Met behulp van kwalitatieve interviews, logboekonderzoek en een longitudinale casestudie werd onderzocht hoe de samenwerking tussen leerkrachten en ergotherapeuten binnen P4C vorm krijgt, welke omgevingsfactoren de participatie van kinderen bevorderen of belemmeren, welke aanpassingen hierin mogelijk zijn, welke meerwaarde deze werkwijze heeft voor leerlingen, leerkrachten, ergotherapeuten en schoolteams, en welke voorwaarden nodig zijn voor een duurzame implementatie van een contextgerichte en inclusieve werkwijze op klas- en schoolniveau.

Publicaties en onderwijs:

Twee artikelen zijn gepubliceerd: 

Twee artikelen zijn ingediend. 

Wat levert dit op voor de praktiserend ergotherapeut: Het onderzoek laat zien dat ergotherapeuten een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan inclusief onderwijs door niet alleen individuele kinderen te ondersteunen, maar vooral door samen met leerkrachten de onderwijsomgeving te analyseren en aan te passen. De bevindingen bieden concrete handvatten voor interprofessionele samenwerking en het creëren van participatiebevorderende klasomgevingen. Daarnaast beschrijft het onderzoek voorwaarden voor succesvolle en duurzame implementatie van innovatieve samenwerkingsmodellen zoals P4C. Hierdoor wordt de rol van de ergotherapeut versterkt als expert in participatie, omgevingsaanpassing en preventie, met als doel de inclusie en participatie van alle kinderen op school te vergroten. 

Promotieonderzoek Edith Hagedoren-Meuwissen: HASHTEK; Doelmatigheid van een geoptimaliseerd verstrekkingsproces van hulpmiddelen voor het aan- en uittrekken van therapeutische elastische kousen 

Meer informatie

Promotoren: Dr. Ramon Daniels , Prof. Dr. Sandra Zwakhalen, Dr. Uta Roentgen. Lectoraat Ondersteunende technologie in de zorg / Zuyd Hogeschool. Subsidie: ZonMw Goed Gebruik Hulpmiddelenzorg thuis 

Kort omschrijving: Veel mensen aan wie Therapeutische Elastische beenKousen (TEK) zijn voorgeschreven, kunnen deze niet zelfstandig aan en/of uittrekken. Zij zijn daardoor aangewezen op mantelzorg of thuiszorg, of dragen de TEK niet. Het niet dragen van TEK kan leiden tot complicaties voor de zorgvrager en een lagere kwaliteit van leven. Ook resulteert het niet dragen (net als het gebruik van thuiszorg) in onnodige zorgkosten voor de samenleving. Het gebruik van hulpmiddelen kan de zelfstandigheid bij het aan- en uittrekken van TEK vergroten. Echter er zijn knelpunten in het verstrekkingsproces van deze hulpmiddelen.  
Doelstellingen 
1. Het optimaliseren van het verstrekkingsproces van hulpmiddelen voor het aan- en/of uittrekken van TEK met als gevolg een betere kwaliteit van leven voor TEKdragers, minder belasting voor mantel- en thuiszorg en besparing op zorgkosten.  
2. Het evalueren van effecten en (kosten-)effectiviteit van het geoptimaliseerde proces.   
Onderzoeksdesign  
Het project bestond uit 2 delen.  
1) De ontwikkeling van de kwaliteitstandaard (het geoptimaliseerd verstrekkingsproces) voor hulpmiddelen voor het aan- en uittrekken van TEK) via een op ervaring gebaseerde co-designbenadering met een participatief ontwerp, waarbij cliënten, zorgprofessionals (waaronder ergotherapeuten) en zorgverzekeraars samenwerkten. 
2) Een cluster gerandomiseerde trial naar de (kosten)effectiviteit van de kwaliteitsstandaard. Zelfstandigheid en therapietrouw m.b.t. het gebruik van aan- en uittrekhulpmiddelen werd gedurende een jaar maandelijks een week lang gemeten met een dagboekje. Kwaliteit van leven, tevredenheid, moeite, autonomie, zorgkosten en productiviteit werden gemeten meteen na verstrekking van de TEK en na 4, 8 en 12 maanden met een vragenlijst. 
Studiepopulatie  
De studiepopulatie bestond uit volwassenen met langdurige indicatie voor TEK compressieklasse 2 t/m 4 met problemen bij aan- en/of uittrekken.  Exclusiecriteria: onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal, cognitieve problemen en ernstige co-morbiditeit 
Interventie 
Een geoptimaliseerd verstrekkingsproces (kwaliteitsstandaard) voor hulpmiddelen voor het aan- en uittrekken van TEK, waarin de leverancier van TEK meer aandacht besteedt aan zelfredzaamheid en hulpmiddelen selecteert op basis van functiegerichte indicatiestelling en stepped care. Bij complexe problematiek wordt doorverwezen naar de ergotherapeut. Pas als zelfredzaamheid niet wordt bereikt, ontvangt iemand thuiszorg. 

Resultaten: Er is consensus met alle stakeholders bereikt over de kwaliteitsstandaard en er zijn ondersteunende tools ontwikkeld, die de implementatie bevorderen. Een artikel over de ontwikkeling van de kwaliteitsstandaard is gepubliceerd. Co-designing an optimal provision process for assistive products to support donning and doffing of compression hosiery Hierin zijn de ervaringen van TEK dragers meegenomen die in dit artikel gepubliceerd zijn https://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0316034 

Resultaten van het doelmatigheidsonderzoek zijn nog niet beschikbaar. 

Wat levert dit op voor de praktiserend ergotherapeut: Duidelijke rolverdeling tussen de verschillende zorgprofessionals en dan m.n. leverancier van TEK, ergotherapeut en thuiszorg. Ondersteunende materialen zoals een keuzehulp voor het kiezen van een hulpmiddel op basis van mogelijkheden en beperkingen van de cliënt en stepped care, informatiefolder voor patiënten, een gestandaardiseerd aanvraagformulier en een geaccrediteerde nascholing. Materialen zijn beschikbaar op de website van het platform Compressiehulpmiddelenzorg  (Praktische informatie – Compressiehulpmiddelenzorg). De keuzehulp is ook te raadplegen op de Vilans Hulpmiddelenwijzer ( https://www.hulpmiddelenwijzer.nl/activiteit/persoonlijke-verzorging/aan-en-uitkleden/steunkousen-aan-en-uittrekken/keuzehulp-bij-steunkousen-aan-en-uittrekken)   

Resultaten verwacht: Q3 2026 

Thema 2 Kennisagenda: Optimalisatie van de organisatie van zorg- en welzijnsactiviteiten

Promotieonderzoek Soemitro Poerbodipoero: Kraktie”: het bevorderen van veerkracht en participatie van thuiswonende senioren in Amsterdam-Zuidoost. Een participatief actieonderzoek op het snijvlak van gezondheid en welzijn: boundary-crossing tussen social work, ergotherapie en verborgen vrijwilligerswerk in de wijk. 

Meer informatie

Promotoren en projectteam: Dr. M.J. van Hartingsveldt (eerste begeleidende lector, HvA, Lectoraat Ergotherapie: Participatie en Omgeving); Dr. A.P.M. Veldboer (tweede begeleidende lector, HvA, Lectoraat Stedelijk Sociaal Werk); Mevr. P. Anijs (eerste begeleider werkveld, Stichting Kraktie); E. Faerber MSc (tweede begeleider werkveld, Stichting Kraktie); Dhr. D. Hoost (derde begeleider werkveld, Stichting Kraktie). 

Lectoraat Ergotherapie: Participatie en Omgeving (i.s.m. Lectoraat Stedelijk Sociaal Werk), Hogeschool van Amsterdam. 

Korte omschrijving: Stichting Kraktie bevordert via een buurtkeuken, huiskamer en complementaire zorg de veerkracht en participatie van thuiswonende senioren in Amsterdam-Zuidoost. De kernproblematiek is een toegangsprobleem: sociale isolatie, zorgmijding en vastlopende ondersteuning door gebrekkige relationele toegang, niet door een tekort aan aanbod. Hoofdvraag: op welke manier kan Kraktie samen met deelnemers en formele/informele zorg- en welzijnspartners het activiteitenprogramma evalueren, innoveren en verbeteren op basis van (niet-)werkzame mechanismen? Het onderzoek is vormgegeven als Participatory Action Research/Participatory Health Research, waarbij senioren als co-onderzoekers deelnemen. Vanuit literatuur-, gebruikers- en organisatieperspectief wordt via Realist Evaluation (Context-Mechanisme-Outcome-analyse) een Theory of Change Kraktie ontwikkeld en getoetst, met methoden als Narrative-in-Action, de  Effectencalculator, een Community of Practice en living/learning/fieldlabs. 

Publicaties: 

  • Juni 2026: publicatie over samenwerking met complementaire zorg  
  • Juli 2026: ProgrammaTheorie / Theory of Change mechanismen Kraktie. Najaar 2026: Kraktie Strategie en implementatie-/opschalingsadvies, start innovatietrajecten. Vanaf september/najaar 2026: artikelen over Narrative in Action en PD proces. Documentaire 2027.  

Wat levert dit op voor de praktiserend ergotherapeut: Het onderzoek levert een getoetste Theory of Change en Kraktie Strategie op met inzicht in werkzame en niet-werkzame mechanismen voor veerkracht en participatie van thuiswonende senioren in een superdiverse, wijk. Betrokken ergotherapeuten , studenten, onderzoekers en andere professionals zorg en welzijn krijgen handvatten voor gemeenschapsgericht en  communityengaged werken, het herkennen en compenseren van conversiefactoren (zoals het ‘no-fault’ en community light-principe) en inzicht in narratieve en participatieve methoden (Narrative-in-Action, Effectencalculator) die overdraagbaar zijn naar vergelijkbare wijkgerichte preventiepraktijken. 

Looptijd PD-traject: juni 2023 – juni 2028. 

Promotieonderzoek Marjolein Thijssen: Mechanisms of dementia-friendly initiatives. Insights into initiatives, outcomes, collaboration and stakeholder involvement.

Meer informatie

Promotoren en copromotoren: Prof. dr. Maud Graff, Prof. dr. Ria Nijhuis-van der Sanden, prof. dr. Wietske Kuijer, dr. Ramon Daniels (Hogeschool Zuyd,Lectoraat Technologie en Gezondheid), i.s.m. dr. Kate Radford, prof. dr. Pip Logan, dr. Neil Chadborn (University of Nottingham, Division Rehabilitation and Elderly). Samenwerkingsproject van Radboudumc, Hogeschool Zuyd Lectoraat Technologie en Gezondheid en University of Nottingham (Promotie februari 2025). Korte omschrijving: Dementievriendelijke initiatieven in wijken en buurten zijn veelbelovend, ze zijn de zogenaamde bouwstenen van dementievriendelijke gemeenschappen. Het zijn activiteiten of initiatieven die gericht zijn op het bevorderen van waardigheid, empowerment, betrokkenheid en autonomie van mensen met dementie en hun naasten, en op het tegemoetkomen aan de behoeften van naasten gedurende het hele dementietraject. Uit onderzoek van Hanneke Donkers naar het bevorderen van sociale participatie bij dementie door interdisciplinair Sociaal Fit programma, bestaande uit ergotherapie (EDOMAH), fysiotherapie (Coach2Move) en welzijnswerk, bleek dat met alleen paramedische interventie gericht op mensen met dementie en hun mantelzorgers, wel de fysieke conditie en mobiliteit en cognitieve en communicatieve vaardigheden en compensatiemogelijkheden van de oudere met dementie verbeterden en mantelzorgers competenter werden om hen te begeleiden, maar dat het stigma vanuit de maatschappij en hun angst hiervoor maakte dat zij niet sociaal en maatschappelijk participeerden. Dementievriendelijke gemeenschappen zijn nodig om mensen met dementie als volwaardige persoon te laten participeren in onze maatschappij. Dementievriendelijke activiteiten en initiateven vragen om samenwerking tussen verschillende actoren in de samenleving om begrip over en inclusie van mensen met dementie te bevorderen. Om meer te weten te komen over de uitkomsten, ontwikkeling en verduurzaming van dementievriendelijke initiatieven, hebben we onderzocht in succesvolle dementievriendelijke initiatieven 1) wat uitkomsten van dementievriendelijke initiatieven volgens mensen met dementie en hun naasten zijn, en 2) Wat de onderliggende mechanismen en contextuele factoren zijn die het ontwikkelen en behoud van dementievriendelijke initiatieven mogelijk maken, en hoe deze mechanismenwerken, voor wie en waarom. Er werden drie belangrijke thema’s gevonden: positiviteit, samenwerkend leren en de betrokkenheid van mensen met dementie en hun verzorgers. Positiviteit, zoals plezier en voldoening, is cruciaal bij het ontwikkelen van dementievriendelijke initiatieven. Het helpt mensen met dementie, hun naasten en de gemeenschap om samen te werken en verbonden te blijven, waarbij de nadruk ligt op hun sterke punten en mogelijkheden. Samenwerkend leren, waarbij de persoonlijke waarden en ervaringen van alle betrokkenen worden gewaardeerd zijn essentieel in de ontwikkeling van dementievriendelijke initiatieven. Een balans tussen persoonlijke identiteit en toegewezen rollen is belangrijk om een harmonieuze en effectieve werkomgeving te creëren. Daarnaast is het essentieel om mensen met dementie en hun verzorgers actief te betrekken bij het ontwikkelen van dementievriendelijke initiatieven. De mate van betrokkenheid varieert echter per context, wat vraagt om strategische planning en een relationele aanpak. Dit betekent dat er aanpassingen nodig zijn in de lokale context en dat er voortdurend inspanningen moeten worden geleverd om ervoor te zorgen dat de stemmen en behoeften van mensen met dementie worden erkend en gerespecteerd. Elke gemeenschap heeft unieke uitdagingen, waardoor maatwerkoplossingen nodig zijn om zinvolle deelname voor iedereen mogelijk te maken, met de rechten en stem van mensen met dementie centraal in het proces. Er is een framework ontwikkeld voor het ontwikkelen van nieuwe dementievriendelijke gemeenschappen. EDOMAH ergotherapeuten spelen hier al vaker een rol in en kunnen bij de ontwikkeling van dementievriendelijke gemeenschappen een cruciale rol spelen vanwege hun kennis en ervaringen met het ondersteunen van de sociale participatie en autonomie van mensen met dementie en mantelzorgers, vanuit de mogelijkheden van de persoon en mantelzorger, de sociale context en activiteiten. Momenteel loopt een vervolgonderzoek met ondersteuning van ergotherapiestudenten van de HAN naar het implementeren en verfijnen van het framework in nieuwe buurten die willen ontwikkelen tot dementievriendelijke buurten. Publicaties en onderwijs: Marjolein Thijssen, Wietske Kuijer-Siebelink, Monique Lexis, Rianne Jansens, Jose Peeters, Maria W.G. Nijhuis-van der Sanden, Ramon Daniels, Maud Graff. What matters in development and sustainment of community dementia friendly initiatives and why? A realist multiple case study. BMC Public health 2023, 23(1)296. 1-12. https://doi.org/10.1186/s12889-023-15125-9 Marjolein Thijssen, Maud Graff, Monique Lexis, Rianne Jansens, Jose Peeters, Maria W.G. Nijhuis-van der Sanden, Ramon Daniels, Wietske Kuijer-Siebelink. Collaboration for developing and sustaining community-dementia-friendly initiatives. Int J Envinron Res. Public Health 2023, 20(5), 4006. https://doi.org/10.3390/ijerph20054006 Thijssen MCE, Dauwerse LM, Lemmers F, Nijhuis-van der Sanden MWG, Daniels R, Graff MJ & Kuijer-Siebelink W. ‘Practice what you preach’. Perspectives on the involvement of people with dementia and carers in community-based dementia friendly initiatives, a qualitative study. Frontiers in Psychiatry 2024, 15:1387536. doi: 10.3389/fpsyt.2024.1387536 Marjolein Thijssen: Mechanisms of dementia-friendly initiatives. Insights into initiatives, outcomes, collaboration and stakeholder involvement. Proefschrift. Nijmegen: Radboudumc. Lezingen en onderwijs: Marjolein heeft lezingen gegeven op jaarcongres Ergotherapie, Alzheimer Europe, COTEC en WFOT congres en Radboudumc Onderzoeksprogramma, NEON en leerstoel Ergotherapie en voor de gemeente Nijmegen en Heerlen. Ze heeft webinars verzorgd en heeft onderwijs verzorgd op de HAN en Hogeschool Zuyd over haar onderzoek.

Promotieonderzoek Dinja van der Veen. A smooth drive. Development and implementation of Home-based Stroke Rehabilitation using Participatory Action Research.

Meer informatie

Promotoren: prof. dr. Philip van der Wees, prof. dr. Maud Graff (Radboudumc), dr. Petra Siemonsma (Leiden University), dr. Ton Satink (HAN). (Promotie april 2026). Subsidie: NWO docentenbeurs. Een CVA (Cerebrovasculair accident) kan een grote impact hebben op zowel de getroffene als diens sociale omgeving. Revalidatie in de thuissituatie na een CVA wordt vanuit landelijk beleid gestimuleerd, vanwege de potentiële kosteneffectieve bijdrage aan het herstel. Bovendien blijkt uit onderzoeken dat mensen na een CVA ook meer tevreden zijn over thuisrevalidatie dan over intramurale revalidatie. In de praktijk blijkt echter dat de randvoorwaarden voor het aanbieden van CVAthuisrevalidatie niet altijd aanwezig zijn. Het doel van dit promotieonderzoek was om inzicht te krijgen in de ervaringen van professionals met het aanbieden van CVA-thuisrevalidatie, welke factoren de implementatie beïnvloeden en wat er voor nodig is om thuisrevalidatie regionaal in Nederland te implementeren. Geconcludeerd kan worden dat professionals belangrijke randvoorwaarden missen voor het succesvol implementeren van cliëntgerichte en kosteneffectieve CVA-thuisrevalidatie. Het gaat hierbij om zichtbare expertise, interprofessionele samenwerking en een stabiele financieringsstructuur. Het realiseren van deze randvoorwaarden vraagt om gerichte implementatiestrategieën binnen verschillende implementatiedomeinen. Dit proefschrift laat zien dat Participatorisch Actie Onderzoek (PAO) potentie heeft om deze randvoorwaarden regionaal en interprofessioneel in te richten, door het opzetten van eerstelijns CVA-netwerken met diverse stakeholders. Voor een dergelijk project zijn de aanwezigheid van een centrale coördinator, technische en financiële middelen, motivatie van PAO-deelnemers, betrokkenheid van regionale sleutelfiguren en ondersteuning door een PAO-facilitator van cruciaal belang. Het is daarbij essentieel om verder te kijken dan het inregelen van praktische voorwaarden voor CVA-thuisrevalidatie. Voor een sterke en effectieve samenwerking is het ontwikkelen van een interprofessionele identiteit essentieel, waarbij het onderwijs van (toekomstige) paramedische, verpleegkundige en revalidatie professionals een sleutelrol speelt. Het project heeft een routekaart ontwikkeld voor het opzetten van effectieve interprofessionele eerstelijns CVA thuisrevalidatie-netwerken. Aanbevolen wordt en doel is om de komende 3 jaren het gebruik van de routekaart middels onderzoek nader te evalueren bij de nieuwe CVA netwerken die met de routekaart willen starten en de routekaart hierop aan te passen. Een implementatie evaluatieonderzoek is ook een van de plannen. Daarnaast wordt de kennis uit het huidige onderzoek meegenomen in het promotieonderzoek van Gerbrich Douma naar de implementatie van de paramedische handreiking hersenletsel. Kennis uit het project van Dinja wordt eveneens geïmplementeerd binnen het onderwijs aan de HAN master neurorevalidatie en bachelor ergotherapie waar Dinja werkzaam is.

Publicaties en onderwijs 2023-2026: Dinja J. van der Veen, Petra C. Siemonsma, Philip J. van der Wees, Bert J.M de Swart, Ton Satink & Maud J. L. Graff. The regional development and implementation of home-based stroke rehabilitation using participatory action research, Disability and Rehabilitation 2025 Jun; 47 (11) 2899-2913. DOI:10.1080/09638288.2024.2404551. Van der Veen DJ, Siemonsma PC, van der Wees PJ, Satink T, Graff MJL. How to build Home-Based Stroke Rehabilitation using Participatory Action Research: lessons learned from developing regional stroke networks. Disabil Rehabil (in press) Dinja van der Veen. A smooth drive. Development and implementation of Home-based Stroke Rehabilitation using Participatory Action Research. Proefschrift. Nijmegen: Radboudumc. April 2026. Onderwijs en lezingen: Dinja heeft lezingen gegeven op revalidatiecongressen en eerstelijnscongressen nationaal en internationaal, jaarcongres Ergotherapie, COTEC en WFOT, onderwijs aan de HAN en master neurorevalidatie en bachelor ergotherapie. Ze presenteerde voor de auditcommissie en heidagen van ons onderzoeksprogramma in het Radboudumc en voor het Netwerk Ergotherapie Onderzoekers Nijmegen (NEON) en gaf presentaties voor diverse CVA netwerken in Nederland en de regionale netwerken ergotherapie (REN’s).

Promotieonderzoek Gerbrich Douma. Better allied healthcare for people with acquired brain injury. Research to the organization of recovery care and implementation and evaluation of the Guidance ‘Interdisciplinary Allied Primary Healthcare for persons with acquired brain injury and their caregivers’.

Meer informatie

Promotoren en copromotoren: prof. dr. Maud Graff (Radboudumc, IQ healthcare en Revalidatie), dr. Kitty Jurius (Radboudumc Eerstelijnsgeneeskunde en vertegenwoordiger Hersenalliantie), dr. Ton Satink (HAN Lectoraat neurorevalidatie), dr. Pauline Goossens (Nederlandse Vereniging voor Revalidatiegeneeskunde). I.s.m. Ergotherapie Nederland en de andere paramedische beroepsorganisaties. (promotieonderzoek december 2023-april 2027, promotie verwacht 2027). Subsidie: Zonmw Paramedische Zorg.

Korte omschrijving: In een voorgaand project werd de handreiking ‘Interdisciplinaire paramedische zorg voor mensen met niet aangeboren hersenletsel ontwikkeld (2023). Dit leverde praktische aanbevelingen op om de organisatie en inhoud van de paramedische zorg bij hersenletsel te ondersteunen. Het huidige project richt zich op de implementatie en evaluatie van deze handreiking in samenwerking met de praktijk, paramedische beroepsorganisaties en onderzoeks- (Radboudumc) en onderwijs organisaties (HAN). Het doel is om de organisatie van de interdisciplinaire paramedische zorg verder te ontwikkelen en verbeteren voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel en daarbij substitutie van intramurale naar eerstelijnszorg mogelijk te maken. Oftewel: juiste zorg op de juiste plek bieden. Onderzoeksvragen die beantwoord worden zijn:

  • 1) Hoe kan de inhoud en organisatie van paramedische herstelzorg in de eerstelijn het beste worden aangepast op de perspectieven en wensen van mensen met niet-aangeboren hersenletsel en hun mantelzorgers? 1a) Welke aanpassingen zijn nodig m.b.t. de inhoud en toepassing van zorg gebaseerd op de handreiking paramedische zorg bij niet-aangeboren hersenletsel in de eerstelijn?
  • 1b) Welke specifieke tools kunnen worden geïmplementeerd of ontwikkeld en worden toegevoegd aan de handreiking, om paramedische professionals in staat te stellen de inhoud van de herstelzorg te organiseren gebaseerd op de behoeften van cliënten en mantelzorgers?
  • 2)Hoe kan herstelzorg het beste worden geleverd en georganiseerd door en tussen paramedische professionals dat deze beter past bij de behoeften van cliënten en mantelzorgers?
  • 2a) Hoe kan de handreiking het beste worden geïmplementeerd in de verschillende paramedische zorg netwerken binnen de 17 hersenletsel regios in Nederland? 2b) Hoe ervaren mensen met niet- aangeboren hersenletsel de implementatie van de richtlijn? Welke veranderingen merken zij op?
  • 2c) Welke veranderingen treden op in interdisciplinaire paramedische zorg en welke aanbevelingen geven paramedische zorgprofessionals?
  • 2d) Welke lessen kunnen worden geleerd uit de toepassing en implementatie van de handreiking in de paramedische zorg netwerken na twee jaar?
  • 2e) Op welke manier kan de handreiking worden verbeterd en aangepast?

Als methode voor implementatie en evaluatie wordt participatory actie onderzoek gebruikt. Het implementatieonderzoek is afgerond en Gerbrich is bezig met de resultaten te beschrijven. Momenteel loopt het delphi-onderzoek naar consensus over de voorgestelde aanbevelingen voor aanpassing van de handreiking, gebaseerd op de bevindingen uit het implementatieonderzoek. De komende 3 jaar zal deze handreiking worden aangepast en zijn er plannen om de (kosten-)effectiviteit van toepassing van paramedische zorg op basis van deze handreiking bij mensen met niet-aangeboren hersenletsel te onderzoeken.

Publicaties en onderwijs: Douma G, Goosens PH, Satink T, Jurrius K, Graff MJL, Koester L, Vrijhoef HJM.Development of a guidance to improve allied primary healthcare after acquired brain injury in the Netherlands – a mixed-methods study. BMC Primary Care, (accepted March 2026) Er zijn twee publicaties vrijwel afgerond die dit voorjaar worden ingestuurd, eind dit jaar zal de laatste publicatie met lessons learned verschijnen en volgend jaar het proefschrift. Onderwijs en lezingen: Gerbrich heeft lezingen gegeven op revalidatiecongressen en eerstelijnscongressen en integrated care congressen nationaal en internationaal,op het jaarcongres Ergotherapie, COTEC en WFOT, heeft onderwijs gegeven aan de HAN master neurorevalidatie en master Ergotherapie HvA en gaf onderwijs aan de bachelor biomedische wetenschappen en geneeskunde. Ze presenteerde voor de hersenletsel en CVA netwerken, voor het Netwerk Ergotherapie Onderzoek Nijmegen (NEON) en op de heidagen van ons onderzoeksprogramma in het Radboudumc en regionale netwerken ergotherapie (RENs).

Promotieonderzoek Jana Veelenturf. Promoting self-regulation and participation in geriatric rehabilitation (GR) for persons post-stroke with cognitive impairments

Meer informatie

Promotoren prof. dr. Maud Graff (Radboudumc, Afdeling Revalidatie) en prof. dr. Willemijn van Erp (Radboudumc, Ouderengeneeskunde), dr. Ton satink (HAN lectoraat neurorevalidatie). Subsidie Attent Zorgorganisatie. Korte omschrijving: Ondanks intensieve revalidatie keren veel ouderen na een beroerte naar huis met resterende klachten en lange termijn problemen m.b.t. onafhankelijk thuis wonen en participatie zijn frequent. Als gevolg van cognitieve problemen is het vaak moeilijk voor ouderen om de eigen regie te behouden in hun dagelijkse activiteiten en sociale participatie. Een centrale uitdaging voor de geriatrische revalidatie is om deze eigen regie en participatie te verbeteren bij deze mensen. Gedurende de transitie van geriatrische revalidatie naar huis geven mensen na een beroerte en hun mantelzorgers aan dat ze inadequaat zijn voorbereid. Ook professionals geven aan dat de zorg onvoldoende is. Het ondersteunen van de eigen regie en participatie vraagt continuïteit van zorg en rekening houden met de wensen van cliënten en mantelzorgers, persoonsgerichte zorg. En dit vraagt om goede interdisciplinaire samenwerking tussen zorgprofessionals vanuit geriatrische revalidatie intramuraal naar de eerstelijn. Er zijn diverse tools en richtlijnen ontwikkeld om eigen regie en participatie te ondersteunen vanuit revalidatieprogramma’s, zoals Zorgprogramma Geriatrische CVA-revalidatie (2013), initiatieven zoals Onderweg naar Beter (2021) die frameworks voor persoonsgerichte zorg bieden. Echter de implementatie is inconsistent en de transitie van intramuraal naar eerstelijn is onvoldoende. Het doel van dit project is om verbeteringen in de Geriatrische Revalidatie (GR) continuïteit van zorg van intramuraal naar huis, door te voeren en daarbij de eigen regie en participatie beter te ondersteunen van ouderen na een beroerte met cognitieve problemen. Hierbij is het niet het doel om nieuwe producten te ontwikkelen maar te focussen op implementatie van goede zorgvoorbeelden en richtlijnen en verandering in deze transitiefase door te voeren. Hiertoe willen we bestaande kennis (richtlijnen, goede kwaliteit van zorg initiatieven) m.b.t. bevordering van eigen regie en participatie toepassen in de praktijk van de GR en in de transitiefase van intramuraal naar huis. De centrale onderzoeksvraag is: hoe kan de eigen regie en participatie van ouderen na een beroerte met cognitieve problematiek in de geriatrische revalidatie worden bevorderd, en hoe kan deze zorg worden gecontinueerd en aangepast aan de situatie na ontslag uit de intramurale setting? En wat kunnen we hieruit leren? Wat is beschreven in de literatuur over bevordering van de eigen regie en participatie van ouderen na een beroerte in de geriatrische revalidatie intramuraal en thuis? Wat zijn de ervaringen, behoeften en wensen m.b.t. eigen regie en participatie ondersteuning van ouderen na een beroerte met cognitieve problemen en hun mantelzorgers, gezondheidszorgprofessionals en beleidsmakers in de geriatrische revalidatie, uitgaande van het huidige zorglandschap? Hoe kunnen de verkregen inzichten mbt eigen regie en participatie van deze ouderen na een beroerte met cognitieve problemen effectief worden geïmplementeerd in de geriatrische revalidatie in co-creatie met de belangrijkste stakeholders? En wat leren we van dit proces? Jana is momenteel bezig met het review en het opzetten van de interviews. Op basis van de resultaten zal zij op basis van participatorisch actie onderzoek kennis verzamelen en ervaring opdoen in co-creatie met de praktijk, hoe deze best passende zorg gericht op bevordering van eigen regie en participatie van ouderen na een beroerte met cognitieve problemen, het beste te implementeren in het huidige zorglandschap. Hierbij staat continuïteit van zorg en substitutie van intramurale naar eerstelijnszorg centraal. Ze zal hier de komende 3 jaren mee bezig zijn en voert haar onderzoek met subsidie van zorgorganisatie Attent uit, vanuit Attent en andere zorgcentra met geriatrische revalidatie in Nederland. Publicaties en onderwijs: Er zijn nog geen publicaties Jana heeft op het jaarcongres Ergotherapie gepresenteerd en op de master neurorevalidatie en presenteerde voor diverse zorgorganisaties. Ze zal de komende jaren op diverse ergotherapie, revalidatie, geriatrie en gerontologie congressen spreken. Ook zal zijn bijdragen aan onderwijs aan de master neurorevalidatie en ergotherapie op de HAN.

Promotieonderzoek Tijmen Geurts. PARAPLU: PARamedici als Actieve Partners in Lokale eerstelijns netwerken oUderenzorg.

Meer informatie

Promotoren en copromotoren: prof. dr. Maud Graff (afdeling revalidatie Radboudumc, Prof. dr. Marcel Olde-Rikkert en dr. Dorien Oostra, (afdeling geriatrie Radboudumc) dr.Marieke Perry (eerstelijnsgeneeskunde Radboudmc). I.s.m. dr. Minke Nieuwboer (HAN, lectoraat wijkverpleging), dr. Emmelyne Vasse (Stuurgroep Ondervoeding, HAN) Subsidie: ZonMw verbetering samenwerking huisarts, wijkverpleging en paramedici. Binnen Paramedische Zorg. Korte omschrijving: Veel voorkomende problemen bij ouderen zoals ondervoeding en valproblematiek leiden tot versnelde functionele achteruitgang en verhoogde kans op opname in een ziekenhuis, eerstelijnsverblijf (ELV) of verpleeghuis. Benodigde en beschikbare paramedische expertise wordt regelmatig niet benut. Daarom is het doel van dit project om huisartsenpraktijken, wijkverpleegkundigen en paramedici structureel te laten samenwerken in lokale netwerken voor integrale zorg aan kwetsbare ouderen. Om dit te bereiken onderzoeken we eerst 1) de huidige betrokkenheid van paramedici in lokale netwerken ouderenzorg; 2) belemmerende en bevorderende factoren voor succesvolle betrokkenheid van paramedici in lokale netwerken ouderenzorg en vervolgens 3) hoe gezamenlijk werken aan verbeterprojecten op paramedische thema’s als vallen en ondervoeding de interprofessionele samenwerking, kwaliteit van zorg, patiëntuitkomsten en zorgkosten positief beïnvloeden. We maken hierbij gebruiken van de reeds werkende netwerken van EDOMAH, Coach2Move, TrEAT en DementieNet / lokale netwerken voor kwetsbare ouderen en ouderen met dementie en de kennis die al opgedaan is in deze netwerken. In elk deelnemend netwerk worden in een jaar twee actieonderzoek-verbetercycli doorlopen, waarin werkafspraken voor integrale interdisciplinaire samenwerking successievelijk worden gemaakt, uitgevoerd, geëvalueerd, aangepast en opnieuw uitgevoerd en geëvalueerd. Analyse van samenwerkingsvormen wordt gedaan op basis van speltheorie, waarbij duidelijk wordt welke rol de verschillende zorgverleners innemen. Er worden aanbevelingen voor de interdisciplinaire praktijk geformuleerd. Dit onderzoek is afgerond en publicaties worden momenteel afgerond en proefschrift geschreven. Vervolgplannen: kennis over interprofessionele samenwerking in netwerken uitdragen en samenwerken met andere interdisciplinaire ouderenzorg onderzoeksprojecten. Onderwijs over samenwerking ontwikkelen gebaseerd op speltheorie. Publicaties en onderwijs (2023-2026): Geurts T, Oostra DL, Olde-Rikkert MGM, Graff MJL, Nieuwboer MS, Perry M. The impact of interprofessional primary dementia care initiatives on acute admissions: a systematic review. J Am Ger Society (JAGS), accepted December 2025. Tijmen heeft gepresenteerd op de geriatriedagen, Alzheimer Europe congressen, Radboudumc Alzheimercentrum heidag, voor Methodology Taskforce van Interdem, Value based networked care onderzoeksprogramma Radboudumc en het Paramedische Zorg symposium georganiseerd door Radboudumc i.s.m. ZonMw. Nieuw promotieonderzoek van Antonia Bahr: Implementatie en evaluatie van Reablement bij Dementie in Europa. Binnen nieuw Europees Reablement bij Dementie Consortium. Promotoren en trekkers: Dr. Silke Metzelthin, prof. Marjolein de Vught (Maastricht University) en prof. dr. Maud Graff (Radboudumc). Subsidie JPND (Joint Progamme Neurodegenerative Diseases) en ZonMw. Dit project start juli 2026 en gaat zich richten op de voorwaarden, barrières en bevorderende factoren voor implementatie van Reablement bij Dementie in de zorgcontext van 5 landen in Europa: Nederland, Noorwegen, Duitsland, Turkije, Tsjechië en Italië. In samenwerking met Engeland (veel expertise, valt buiten EU subsidie). Specifiek voor Nederland hopen we beter inzicht te krijgen in effectieve implementatie-voorwaarden en factoren, om effectieve implementatie in nieuwe regio’s en landelijke implementatie mogelijk te maken en hierbij ook te leren van andere Europese landen. Lezing op het IAGG congres. Ook op Alzheimer Europe lezing gegeven.

Antonia Bahr: ReableDem in Practice: Reablement in Dementia Care Across Europe 

Meer informatie

Begeleiders: dr. Silke Metzelthin, prof. dr. Marjolein de Vugt, prof. dr. Maud Graffprof. dr. Linda Clare. Lectoraat: prof. dr. Hilde Verbeek – Ageing and Long-Term Care. Subsidie: JPND & ZonMw.

Korte omschrijving:

Mensen met dementie ervaren moeite om dagelijkse activiteiten uit te voeren en deel te nemen aan voor hen betekenisvolle activiteiten. Reablement is een persoonsgerichte en doelgerichte benadering die mensen ondersteunt om zo zelfstandig mogelijk te blijven functioneren, uitgaande van wat zij nog wél kunnen. Hoewel reablement steeds vaker wordt toegepast bij ouderen, is nog weinig bekend over hoe deze aanpak succesvol kan worden ingezet voor mensen met dementie. 

In mijn promotieonderzoek onderzoek ik de ervaringen en verwachtingen van de betrokkenen en welke factoren de implementatie van reablement in de dementiezorg bevorderen of belemmeren. Hiervoor voer ik onder andere een literatuurstudie, focusgroepen, interviews, en Q-studie en internationale vergelijkingen uit binnen een Europees onderzoeksconsortium. 

Publicaties: Resultaten zullen gedurende de looptijd van het project (2026 – 2029) worden gepubliceerd.  

Toegevoegde waarde voor de praktiserend ergotherapeut:

Ergotherapeuten spelen een belangrijke rol bij het ondersteunen van mensen met dementie om zo zelfstandig mogelijk te blijven deelnemen aan dagelijkse en betekenisvolle activiteiten. Dit onderzoek levert kennis op over hoe reablement kan worden aangepast aan de behoeften van mensen met dementie en welke voorwaarden nodig zijn voor succesvolle implementatie in de praktijk. 

Succesvolle implementatie van reablement in de dementiezorg sluit aan bij het concept Positieve gezondheid. Dat kan het voor ergotherapeuten gemakkelijker maken, om – binnen een multidisciplinair reablement-team – persoonsgerichte en doelgerichte ondersteuning te bieden aan mensen met dementie. 

Thema 3 Kennisagenda: Zorginnovatie

Junior onderzoek Kim Bakker: Geschiktheid van EDOMAH bij mensen met een Marokkaanse achtergrond.

Meer informatie

Begeleiders: : Prof. dr. Maud Graff, dr. Carolien Smits (Pharos, Windesheim) dr. Lieve Roets-Merken (Radboudumc). Subsidie: EDOMAH Stichting Revalidatiegeneeskunde & AGIS Innovatiefonds. Korte omschrijving: Het pilot-onderzoek naar de geschiktheid van EDOMAH bij mensen met een andere culturele achtergrond, toegepast bij mensen met een Marokkaanse achtergrond, liet zien dat EDOMAH zowel volgens mensen met dementie, mantelzorgers als ergotherapeuten met een Marokkaanse achtergrond en ergotherapeuten werkzaam met deze doelgroep, geschikt werd bevonden. Hierbij is het wel van belang om EDOMAH vanuit een breder familieperspectief toe te passen dan alleen bij de mantelzorger en vraagt de eerste fase van de behandeling meer tijd om vertrouwen te krijgen en de behandeling te integreren binnen deze familiecultuur. Van de ergotherapeut vraagt het een open sensitieve houding en afstemming op de culturele wensen. Doelen liggen vaker op samen-management en participatie dan zelfmanagement. Vervolgens is in een vervolgproject educatiemateriaal over dagelijks handelen bij dementie voor mensen met dementie en hun mantelzorgers met een andere culturele achtergrond, die laag geletterd zijn of lage gezondheidsvaardigheden hebben ontwikkeld voor gebruik door ergotherapeuten en casemanagers. De geheugenkaarten zijn in co-creatie met een designer, mensen met dementie en hun mantelzorgers, ergotherapeuten en casemanagers ontwikkeld. een pilotonderzoek uitgetest bij mensen met dementie en hun mantelzorgers, ergotherapeuten en casemanagers. Hiertoe ontvingen we subsidie van AGIS Innovatiefonds. De geheugenkaarten blijken heel ondersteunend te zijn bij mensen met dementie en hun mantelzorgers met een andere culturele achtergrond, die laag geletterd zijn of lage gezondheidsvaardigheden hebben. Maar ook heel geschikt voor het inzetten van educatiemateriaal binnen EDOMAH door ergotherapeuten en in de praktijk van casemanagers bij alle mensen met dementie en hun mantelzorgers. Plannen voor de komende 3 jaar is om het gebruik van de geheugenkaarten te evalueren middels een klein onderzoek. Ook wordt onderwijs gegeven binnen de EDOMAH post HBO over EDOMAH bij mensen met een Marokkaanse achtergrond. Uitgebreider onderwijs voor nascholing wordt momenteel ontwikkeld. Publicaties 2024-2026: Bakker K, Thijssen M, Smits C, Roets-Merken L, Graff M.J.L. Perspectives of Moroccan informal caregivers and occupational therapists informing cultural adaptation of Community Occupational Therapy in Dementia. The British Journal of Occupational Therapy (accepted April 2026) Product: Geheugenkaarten dagelijks handelen bij dementie. Uitgave EDOMAH Radboudmc.

Promotieonderzoek Magelien Arts. New roles, new changes – Adolescents with neuromuscular disease in the transition to adulthood. Nieuwe rollen, nieuwe kansen – Jongeren met een spierziekte in transitie naar volwassenheid.

Meer informatie

Promotor en copromotoren: Prof. dr. Maud Graff, dr. Saskia Houwen (Radboudumc afdeling revalidatie), dr. Ton Satink (HAN, lectoraat Neurorevalidatie). Subsidie NWO en HAN docentenbeurs. Korte omschrijving: Jongeren met een spierziekte komen tijdens de transitiefase richting volwassenheid diverse uitdagingen tegen. Op dit moment is er steeds meer onderzoek naar de transitiefase van jongeren met een aandoening, echter wordt in de praktijk nog steeds een kloof ervaren tussen de gewenste participatie van de jongeren en de huidige zorg. Dit onderzoek richt zich op de wensen en behoeften ten aanzien van zelfmanagement en ondersteuning in deze transitiefase van jongeren met een spierziekte, hun ouders en professionals. Daarop gebaseerd zal passende zorg ontwikkeld en uitgetest worden om jongeren in hun transitie naar volwassenheid en hun ouders te ondersteunen. Onderzoeksvragen zijn: 1)Wat is in de literatuur beschreven over succesfactoren en voorwaarden voor rolmanagement en zorg mb.t. de transitie van adolescenten met neuromusculaire aandoeningen naar volwassenheid en hun ouders, en wat hierover is bekend m.b.t. adolescenten met andere progressieve fysieke beperkingen? 2a) Hoe ervaren adolescenten met Neuromusculaire aandoeningen de management van hun (nieuwe) rollen in hun groei naar volwassenheid? 2b) Hoe ervaren ouders van adolescenten met neuromusculaire aandoeningen het co-management en rolmanagement in deze transitiefase van hun kinderen naar volwassenheid? 3a) Wat zijn de wensen en behoeften van adolescenten met neuromusculaire ziekten, hun ouders en professionals met betrekking tot ondersteuning van het rolmanagement van deze adolescenten in transitie naar volwassenheid? 3b) Wat zijn aanbevelingen voor ondersteuning van rolmanagent en welke andere aspecten en voorwaarden moet rekening mee worden gehouden/zijn nodig? 3c) Hoe zou de zorg voor ondersteuning van het rolmanagement in de transitie naar volwassenheid gebaseerd op deze aanbevelingen en voorwaarden eruit moeten zien? Magalien is de komende 3 jaar nog bezig met haar onderzoek. Het review is bijna afgerond en de interviews worden voorbereid.

Publicaties en onderwijs:

  • coping review artikel eind 2026/begin 2027 
  • Narratives Onderzoek twee artikelen eind 2027/begin 2028 
  • Design studie eind 2028/2029 

Magalien heeft gepresenteerd op het revalidatiecongres en het jaarcongres van Ergotherapie Nederland en voor het Netwerk Ergotherapie Onderzoekers Nijmegen. Zij geeft onderwijs aan de opleiding Ergotherapie en de master Neurorevalidatie van de HAN hierover. In de toekomst zal zijn op diverse nationale en internationale ergotherapie en revalidatiecongressen spreken en ook post-hbo en initieel onderwijs ontwikkelen voor ondersteuning van deze doelgroep.

Wat levert dit op voor de praktiserend ergotherapeut: De scoping review levert ergotherapeuten inzichten op in welke factoren een rol spelen in de transitiefase en het vormgeven van rolmanagement bij jongeren met een spierziekte. Daarnaast krijgen we inzicht in hoe jongeren hun rolmanagement vormgeven in de transitiefase en geeft het ergotherapeuten meer kennis hierover. Deze kennis kunnen ze dan ook toepassen in hun behandelingen bij jongeren met een spierziekte, maar mogelijk ook bij andere doelgroepen. Tot slot zal in de laatste studie er aandacht besteed worden aan het ontwerpen van passende zorg/tool/interventie. Dus gaat het ook de ergotherapeuten maar ook andere professionals hopelijk een tool opleveren die gebruikt kan worden in de praktijk. 

Promotieonderzoek Robert van der Veen: Life After Stroke: Self-Management and Existential Challenges (LAS-SMEC).

Meer informatie

Promotoren en copromotoren: Prof. dr. Maud Graff (Radboud Universiteit, afdeling Revalidatie), prof. Tanya Packer (Dalhouse University, Canada), dr. Christina Bode (Technische Universiteit van Twente), dr. Ton Satin (HAN, Lectoraat Neurorevalidatie). Subsidie NWO docentenbeurs. Korte omschrijving: In dit onderzoek wordt in kaart gebracht hoe mensen na een beroerte hun dagelijks leven managen, hoe ze hun praktische zelfmanagement toepassen in dagelijkse activiteiten en hoe hun existentiële zelfmanagement eruit ziet en welke uitdagingen zij daarin tegenkomen een jaar na de beroerte. Revalidatie richt zich op praktische uitdagingen zoals mobiliteit en activiteiten in het dagelijks leven, maar individuen worden in het eerste jaar na een beroerte geconfronteerd met existentiële zorgen zoals identiteit en doel. Ondanks dat deze zorgen als belangrijk worden gezien, is hier nog weinig aandacht voor en zijn deze zorgen onderbelicht, het ontbreekt zorgprofessionals aan interventies om ze aan te pakken. Centrale onderzoeksvraag is hoe veranderen praktische en existentiële zelfmanagement strategieën bij mensen een jaar na een beroerte en hoe geven zij betekenis aan deze uitdagingen een jaar na de beroerte? In dit project maken we gebruik van mixed methods, waaronder narratieve onderzoeksmethoden, thematische synthese. Daarnaast wordt de Patient-Reported Inventory of Self-Management of Chronic Conditions, een Canadees meetinstrument vertaald en zullen we dit gebruiken als meetinstrument op verschillende momenten in de tijd, om de timing en processen waarmee individuen deze zorgen aanpakken in kaart te brengen. We maken hiertoe gebruik van cross-culturele validatie en longitudinale onderzoeksmethoden. Robert is de komende 3 jaar nog bezig met dit onderzoek. Hij is gestart met een review van de literatuur over praktisch en existentieel zelfmanagement na een beroerte. Hierna volgen de narratieve interviews en parallel de cross-culturele validatie en longitudinale evaluatie studie binnen dit mixed methods onderzoek. Publicaties en onderwijs: Er zijn nog geen publicaties. Robert heeft een lezing gegeven op het jaarcongres Ergotherapie en COTEC congres. Hij zal in de toekomst op diverse nationale en internationale ergotherapie en revalidatiecongressen spreken. Robert geeft onderwijs aan de opleiding ergotherapie van de HAN en neemt hierin ook zijn bevindingen en ervaringen met dit onderzoek mee, eveneens geeft hij les aan de master neurorevalidatie van de HAN.

Junior onderzoeksproject Anneli Amersfoort-Langbroek. Bridging the gap between evidence-based guidelines and clinical practice: innovative guidelines for Parkinson’s disease (Pact-V project).

Meer informatie

Begeleiders dr. Ingrid Sturkenboom, prof. dr. Bas Bloem, prof dr. Marten Munneke, Prof. dr. Maud Graff, prof. dr. Philip van der Wees. I.s.m. paramedische beroepsverenigingen en Parkinson Vereniging en Alii technologiebedrijf. Subsidie ZonMw. Korte omschrijving: Mensen met Parkinson in de vroege stadia van de ziekte hebben voordeel bij compensatie bewegingen en cognitieve strategieën om de uitvoering van hun dagelijkse activiteiten en participatie te verbeteren. Voor mensen met Parkinson in de meer gevorderde stadia van de ziekte, werken deze strategieën nog steeds binnen een therapiesetting, maar het lukt vaak niet meer om deze te generaliseren naar de dagelijkse leven setting vanwege cognitieve problemen. Specifieke richtlijnen hoe het beste deze strategieën toe te passen, waarbij beperkingen in cognitief functioneren worden meegenomen, ontbreken momenteel. Het doel van dit project en voor relevante stakeholders is, om een op activiteiten gebaseerde strategietraining te ontwikkelen met video-support die het mogelijk maakt om: 1) training op maat te leveren aangepast aan de wensen en cognitieve behoeften en sterke kanten van de persoon met Parkinson, 2) intensief leren thuis mogelijk te maken door het gebruik van video-coaching voor mensen met Parkinson en mantelzorgers. We verwachten dat deze toepassing van compensatiestrategieën in dagelijkse activiteiten zal verbeteren en mensen met Parkinson hierdoor onafhankelijk thuis kunnen blijven wonen. Theoretische achtergrond: Methoden voor occupation-centred assessment en interventies op basis van de Perceive Recall Plan and Perform framework (PRPP), Persoonsgerichte strategieën waardoor mensen met Parkinson minder problemen in dagelijkse activiteiten zullen ondervinden. Er is bewijs voor inzet van compensatie strategieën, leren en functionele cognitie bij Parkinson. We experimenteren met video-based assessment en coaching. We voeren literatuuronderzoek en focusgroepen uit en gebruiken daarbij vignetten van een diversiteit van persona’s. We hanteren daarbij als achtergrond de ergotherapie richtlijn bij Parkinson en de persoonsgerichte ervaringen met toepassingen uit de praktijk bij deze doelgroep, voor het ontwikkelen van de training en video-coaching voor deze doelgroep. We testen de voorgestelde werkwijze momenteel uit in een pilot studie. Verwachte producten zijn: Interventie tools als aanvulling op de Ergotherapie bij Parkinsonrichtlijn en paramedische richtlijnen bij Parkinson, training voor eindgebruikers en aanbevelingen voor effectonderzoek.

Publicaties en onderwijs: Er zijn nog geen publicaties, deze worden geschreven. Er zal onderwijs en trainingsmateriaal worden ontwikkeld en de Ergotherapie bij Parkinsonrichtlijn zal worden aangevuld met deze specifieke module. Ingrid heeft gepresenteerd op het jaarcongres Ergotherapie en Parkinsoncongressen en zal deze training opnemen in de ParkinsonNet training voor ergotherapeuten en paramedisch.

Post-doc project dr. Sara Bartels & dr. Federica D’Andrea. METHODEM: Methodological Consensus for Complex Psychosocial Interventions in Dementia.

Meer informatie

Begeleiders: prof. dr. Maud Graff (Radboudumc) en prof. Esmé Monisz-Cook (Hull University) Subsidie: Alzheimer’s Association international, Arcom grant.

METHODEM: Methodological Consensus for Complex Interventions in Dementia is een project van de Methodology Taskforce van het Europese psychosociale interventies bij dementie netwerk, INTERDEM. Het project stelt ten doel om de toepassing van methoden en designs voor onderzoek naar psychosociale interventies (waaronder ergotherapie) bij dementie te verbeteren. Randomised Controlled Trials (RCTs) worden vaak gezien als de gouden standard voor bewijs, zij kunnen echter vaak ook leiden tot onderzoeks- en subsidieverkwisting als gevolg van implementatiefouten. Deze fouten kunnen ontstaan wanneer dure en tijdrovende evaluaties, zoals RCTs niet in staat zijn effectiviteit vast te stellen door verkeerde implementatievoorwaarden en implementatiestrategieën niet passend bij de context toe te passen. Of wel effect vaststellen, maar waarbij niet bij de praktijk passende interventies worden geëvalueerd, die niet worden geaccepteerd door stakeholders, of die alleen onder specifieke omstandigheden of in specifieke contexts kunnen worden uitgevoerd, of waarvoor de organisatorische en economische toe ontbreken. Ondanks deze problemen, worden RCTs steeds als de gouden standard gezien door subsidiegevers en onderzoekers, waarbij innovatieve en beteren onderzoeksmethoden over het hoofd worden gezien. Het doel van dit project is om richting te geven aan onderzoek en klinische inspanningen om succesvolle ontwikkeling, evaluatie en implementatie van complexe psychosociale interventies bij dementie mogelijk te maken. Het METHODEM project bestaat uit twee complementaire studies: Study 1 – Systematische review: geeft een uitgebreid overzicht van (nieuwe) designs en onderzoeksmethoden voor ontwikkeling, evaluatie en implementatie van complexe psychosociale interventies bij dementie; Study 2 – Delphi study: het bereiken van consensus over welke designs en methoden a) integreren de kernelementen (passend bij de behoeften van de betrokken stakeholders, passend bij de (regionale, organisatorische, culturele, economische) context, van het UK Medical Research Council (MRC) framework voor ontwikkeling, evaluatie en implementatie van complexe interventies; en b) passen bij de doelstellingen van iedere fase van dit framework. Door het verzamelen van kennis, discussie hierover, vervolgens verkrijgen van consensus en verspreiden van bewijs voor goede onderzoekspraktijken, methoden en designs, zal METHODEM de relevantie en effectiviteit van psychosociaal (waaronder ergotherapie) interventieonderzoek bij dementie verbeteren.

 

Thema 4 Kennisagenda: Zorgtechnologie en hulpmiddelen

Promotieonderzoek Leonie Snijders: Persoonsgerichte geïntegreerde zorg bij complexe verstrekking van mobiliteitshulpmiddelen.

Meer informatie

Promotoren en copromotor: Prof. dr. Maud Graff, prof dr. Philip van der Wees (Radboud Universiteit Nijmegen, Afdeling Revalidatie en IQ health), dr. Ruben van der Zelm (Hogeschool Utrecht, instituut verpleegkundige studies).

Korte omschrijving: Mensen met complexe mobiliteitsbehoeften zijn afhankelijk van mobiliteitshulpmiddelen zoals een handmatige of elektrische rolstoel. Dit mobiliteitshulpmiddel helpt niet allen om te verplaatsen van de ene naar de andere locatie, maar vergroot ook de autonomie en participatie van mensen die hiervan afhankelijk zijn. Wanneer de verstrekking van een rolstoel lang op zich laat wachten, wordt niet voldaan aan de mobiliteitsbehoeften van de cliënt, waardoor er geen compensatie voor functionele beperkingen plaatsvindt en diens kwaliteit van leven, autonomie en participatie wordt beperkt. Een recent nationaal programma gericht op de verbetering van de verstrekking van mobiliteits- en zorg hulpmiddelen, liet zien dat er niet werd voldaan aan de behoeften van cliënten. Het ministerie van VWS (2021) concludeerde dat de huidige regelgevingen voor verstrekking van mobiliteitshulpmiddelen complex en economisch niet duurzaam is en leidt tot een verspilling van productiviteit en medische hulpmiddelen. Het doel van dit onderzoek is om succesvolle contextfactoren en onderliggende werkingsmechanismen vast te stellen die het proces van de verstrekking van complexe mobiliteitshulpmiddelen kunnen verbeteren voor mensen met mobiliteitsbeperkingen. Vraagstelling hierbij is: Hoe kunnen we bereiken dat er integrale persoonsgerichte zorg wordt geleverd gericht op effectieve complexe hulpmiddelen verstrekking die past bij de behoeften van mensen met mobiliteitsproblemen? Wat wordt verstaan onder integrale persoonsgerichte zorg in dit kader? Welke context-specifieke variabelen en werkingsmechanismen dragen bij aan succesvolle geïntegreerde persoonsgerichte zorg in het kader van complexe mobiliteitshulpmiddelen verstrekking? Wat is hierover bekend vanuit de literatuur? En wat is hierover bekend bij relevante stakeholders? Wat zijn succesvolle componenten voor het ontwikkelen van een interventie gericht op persoonsgerichte geïntegreerde zorg voor mobiliteitsverstrekking? Wat is de feasibility van deze interventie? Leonie heeft de conceptanalyse afgerond en is bezig met de literatuurreview en het opstarten van de interviews met stakeholders. Op basis van de realist review en evaluatie zal zij een interventie ontwikkelen en testen op geschiktheid en mogelijke effectiviteit. Zij is hier de komende 3 jaren nog mee bezig. Publicaties en onderwijs: L. Snijders, W. Schuitemaker, R. van Zelm, M. Graff, P. van der Wees, K. Ahaus, R. Ettema. Towards a general definition of Personalized Integrated Care: A Concept Analysis (submitted for publication) Onderwijs en lezingen: Leonie heeft gepresenteerd op het jaarcongres Ergotherapie en het International Integrated Care Congress, het nationale revalidatiecongres en voor het Netwerk Ergotherapie Onderzoekers Nijmegen (NEON).

Post-doc project dr. Ingrid Sturkenboom. Ontwikkeling van de Richtlijn-App voor Paramedische zorg bij Parkinson (RAPP); een altijd actuele en beter bruikbare moderne richtlijn voor paramedici in de dagelijkse praktijk.

Meer informatie

Begeleiders; Prof.dr. bas Bloem, dr. Marten Munneke, prof. dr. Maud Graff, Prof. dr. Philip van der Wees, dr. Hanneke Kalf. i.s.m. de paramedische beroepsvereniging, V&VN, Lectoraat Neurorevalidatie HAN en Parkinson Vereniging. Subsidie ZonMw paramedische zorg. De zorg voor mensen met parkinson is complex. Meerdere professionals in 1e en 2e lijn zijn betrokken, vaak tegelijkertijd. ParkinsonNet heeft met beroepsverenigingen en de patiëntenvereniging vijf paramedische richtlijnen ontwikkeld (Fysiotherapie, Oefentherapie, Ergotherapie, Logopedie en Diëtetiek/voeding). De richtlijnen zijn waardevol maar hebben een aantal tekortkomingen: 1) ze bieden geen ondersteuning in gepersonaliseerde gezamenlijke besluitvorming; 2) ze zijn monodisciplinair van aard terwijl er veel overlap is tussen de behandeldomeinen van paramedische disciplines; 3) ze blijven niet actueel; en 4) ze worden onvoldoende geïmplementeerd. In dit project vervlechten we de losse paramedische monodisciplinaire richtlijnen tot één moderne Richtlijn-App voor Paramedische zorg bij Parkinson (RAPP). De RAPP biedt handelingsgerichte en online beslissingsondersteuning aan paramedici, patiënten met Parkinson en hun naasten, en zorgverleners die signaleren verwijzen naar paramedici. De beslisondersteuning helpt om persoonsgerichte en wetenschappelijk onderbouwde keuzes te maken tussen behandel-opties. De beslisondersteuning is gebaseerd op de laatst beschikbare wetenschappelijke evidentie. Innovatief is dat de RAPP integraal meerdere paramedische disciplines ondersteunt en direct online beslissingsondersteuning biedt op specifieke keuzes, over de disciplines heen, gebaseerd op de individuele patiëntkenmerken. Dit ondersteunt enerzijds gezamenlijk besluitvorming tussen zorgverleners en individuele patiënten en anderzijds afstemming tussen betrokken paramedici. Daarnaast is de RAPP eenvoudig actueel te houden. Nieuwe evidentie wordt automatisch beschikbaar gesteld. Door een modulaire en zelfs granulaire opbouw van kennis en beslisondersteuning kan deze nieuwe evidentie direct, ook grotendeels automatisch, worden verwerkt. Hierdoor is het mogelijk om de RAPP, of kleine delen van de RAPP, veel frequenter (elk half jaar) te updaten op basis van nieuwe inzichten. Een eindgebruiker kan de RAPP gebruiken om een eigen protocol te generen voor de specifieke praktijk van de betreffende zorgverlener. Publicaties en onderwijs (2023-2026): De RAPP is inmiddels beschikbaar en verkrijgbaar via ParkinsonNet. Ingrid heeft hierover een artikel in alle paramedische en verpleegkundige tijdschriften geplaatst. Onderwijs en lezingen: Ingrid heeft hierover op het jaarcongres Ergotherapie en Fysiotherapiecongres gesproken en ook op diverse Parkinsoncongressen. Zie ook het hierboven beschreven onderzoek Sanne Pellegrom naar (kosten-) effectiviteit van OTHER met sensomonitoring en online video-coaching.

Promotieonderzoek Michael Zonneveld Navigating Digital Rehabilitation eHealth in blended home-based geriatric rehabilitation and the role of digital skills: a participatory development approach

Meer informatie

Publicaties: https://unc-zh.nl/onderzoek/eagerhome/ 

Universiteit: LUMC

Verwacht promotiejaar: 2027

Thema 5 Kennisagenda: Substitutie en preventie

Paramedisch Eerstelijns Consortium (PAR-EL). Samenwerkingsverband van de paramedische beroepsorganisaties en paramedische kennisinstellingen, waaronder de paramedische hoogleraren en lectoren in Nederland. 

Meer informatie

Samenwerkingsverband van de paramedische beroepsorganisaties en paramedische kennisinstellingen, waaronder de paramedische hoogleraren en lectoren in Nederland. De paramedische beroepsorganisaties en kennisinstellingen, verenigd binnen en rondom het PAR-EL consortium, erkennen het gezamenlijke belang van het versterken en verduurzamen van Passende Paramedische Zorg in Nederland. Passende Paramedische Zorg draagt bij aan betere gezondheid en participatie van cliënten, doelmatige inzet van zorg en een sterke positie van paramedische beroepen binnen het zorgstelsel. Dit vraagt om structurele samenwerking in beleid, onderzoek, onderwijs en praktijk. Samenwerkingspartners spreken de intentie uit om langdurig en strategisch samen te werken aan de ontwikkeling, onderbouwing, implementatie en positionering van Passende Paramedische Zorg. De samenwerking is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

  • Gezamenlijke visie en ambitie Wij werken toe naar een gedeelde visie op Passende Paramedische Zorg en een gezamenlijke strategische agenda voor beleid, onderzoek en onderwijs.
  • Vertrouwen en gelijkwaardigheid De samenwerking is gebaseerd op wederzijds vertrouwen, transparantie en respect voor ieders rol, expertise en verantwoordelijkheid.
  • Samenhang in kennisontwikkeling Wij ontwikkelen en prioriteren gezamenlijk paramedische kennisvragen en trekken samen op in subsidieaanvragen, onder meer richting ZonMw.
  • Verbinding van zorg, onderzoek en onderwijs Wij streven naar een landelijke infrastructuur van academische en passende werkplaatsen waarin zorgpraktijk, onderzoek en onderwijs integraal samenwerken.
  • Focus op passende zorg Uitgangspunt zijn de principes van passende zorg: zorg die werkt tegen een redelijke prijs, samen beslissen, de juiste zorg op de juiste plek en focus op gezondheid.
  • Inclusiviteit en maatschappelijke relevantie Diversiteit, inclusie en de stem van cliënten en praktijkpartners worden structureel meegenomen in alle activiteiten.
  • Gezamenlijke positionering en lobby Wij zetten ons in voor een sterkere en samenhangende positionering van de paramedische zorg in beleid, politiek en het zorgstelsel.

Paramedisch Eerstelijns Substitutie en preventieproject (PAREL-s). Ontwikkeling routekaart voor paramedische interventies met substitutiepotentieel. Post doc project dr. Koen Verburg, dr Carola Döpp, dr. Emmelyne Vasse.

Meer informatie

Begeleiders: Prof. Philip van der Wees, prof. Maud Graff (Radboudumc), prof. dr. Harriët Jager (Radboudumc en Hanze Hogeschool lectoraat diëtetiek), prof. Marianne de van der Schueren (Wageningen universiteit en HAN lectoraat Voeding & Gezondheid), dr. Yvonne van Zaalen (Haagse Hogeschool, lectoraat logopedie), dr. Erik Bisschoff (Erasmusumc), I.s.m. de paramedische beroepsverenigingen, Denktank 60+.

Korte omschrijving: Tijdige inzet van paramedische zorg kan opname in een ziekenhuis of verpleeghuis voorkomen of opnameduur verkorten door substitutie van medische zorg naar paramedische zorg in de thuissituatie. Daarvoor ontwikkelen we een routekaart voor het nader onderbouwen en invoeren van paramedische interventies met substitutiepotentieel. We evalueren de routekaart bij drie interventies: fysiotherapie/oefentherapie bij schouderklachten, ergotherapie bij dementie, interdisciplinaire paramedische zorg bij ondervoeding. Het project bestaat uit vijf onderdelen: (1) opstellen van vorm en inhoud van de routekaart, (2) specificeren van de routekaart voor de drie interventies, (3) evalueren van de haalbaarheid en potentiële impact van toepassing van de routekaart, (4) aanpassen van de routekaart, (5) aanbevelingen voor invoering van de routekaart. We hebben de routekaart op ervaren gezondheid en tevredenheid van cliënten, kwaliteit van zorg, kosten van zorg, werkplezier van zorgverleners geëvalueerd. De resultaten op alle gebieden zeer positief. De routekaart wordt aanbevolen om in de praktijk en vervolgonderzoek te gaan gebruiken bij het implementeren van effectieve interventies gericht op substitutie van dure naar meer betaalbare zorg en preventie van zorg en zorgkosten. Publicaties en onderwijs: De routekaart is inmiddels beschikbaar. Te vinden via Routekaart Paramedisch Publicatie over de opzet van het project heeft in alle paramedische tijdschriften gestaan. Nieuwe publicatie over het afgeronde project in de paramedische tijdschriften volgt Er heeft een groot succesvol Parel-s symposium plaatsgevonden in Den Haag waarbij ministerie, zorgverzekeraars, beleidsmakers, wetenschappers en paramedische en andere zorgprofessionals en andere relevante stakeholders waren uitgenodigd. Academische paramedische werkplaatsen: ketenzorg: betere afstemming zorg en substitutie en preventie van dure naar betaalbare paramedische zorg binnen regionale samenwerking. Overkoepelende doel: gezond en zelfstandig thuis leven van mensen met chronische aandoeningen. Academische werkplaats passende paramedische zorg Nijmegen . Het opzetten van regionale academische paramedische werkplaatsen om continuïteit van zorg en preventie van dure naar betaalbare paramedische zorg bij complexe gezondheidsproblemen door middel van samenwerking in de regio op te zetten. Specifiek gericht op mensen met onderliggende (overgewicht/obesitas-geassocieerde) aandoeningen die baat hebben bij leestijl interventies (zorggerelateerde preventie) (o.a. Diabetes, CVA, Hart- en Vaatziekten, arthrose, dementie). Met speciale aandacht voor mensen in kwetsbare omstandigheden (laaggeletterd, lage gezondheidsvaardigheden, lage SEP, lage opleiding etc. (definitie Pharos)) Vanuit Radboudumc Prof. dr. Philip van der Wees (hoogleraar paramedische wetenschappen), prof. Maud Graff (hoogleraar ergotherapie), prof. Harriët Jager (hoogleraar dietetiek) dr. Hanneke Kalf (logopedie) en vanuit de HAN: prof. Marianne de van der Schueren (lectoraat Voeding en Gezondheid, diëtetiek) , dr. Ton Satink (lectoraat neurorevalidatie, ergotherapie), dr. Bart Staal (lectoraat musculoskeletaal, fysiotherapie) verenigen zich om samen met specialisten Radboudumc, wijkverpleging en huisartsengeneeskunde te werken aan continuïteit van zorg en substitutie en preventie van dure naar betaalbare paramedische zorg. Wij zullen met dit nieuwe regionaal consortium in oprichting (Academische Paramedische Werkplaats regio Nijmegen en omstreken), samen met de andere regionale academische paramedische werkplaatsen in oprichting, verenigd binnen een landelijk consortium, een subsidieaanvraag bij zonmw gaan indienen deze zomer.

Voorbereidende implementatieactiviteiten “Zeker blijven lopen! Implementatie en evaluatie valpreventie-interventie Zeker Blijven Lopen.

Meer informatie

Samenwerkingsproject van Radboudumc (dr. Ingrid Sturkenboom, dr. Carola Döpp en prof. dr. Maud Graff), VeligheidNL (Arco Bregman), Ergotherapie Nederland (Dorothé Wassink en dr. Lucelle van de Ven), Stichting Regionaal Ouderen netwerk Delegatie Amsterdam/Noord Holland (Vivianne Toemen) , GGD Amsterdam (Rens Saat) en Gemeente Amsterdam. Subsidie ZonMw implementatie van praktijkprojecten.

Korte omschrijving: Als mensen ouder worden, neemt het risico op vallen toe. Factoren zoals goede balans, spierkracht, geschikt schoeisel en bewust gedrag kunnen dit risico verkleinen. Veel ouderen zijn zich echter niet voldoende bewust van gevaren buitenshuis, waardoor voetgangersongevallen vaak voorkomen en kunnen leiden tot ernstig letsel en hoge zorgkosten. Dit veroorzaakt valangst, minder uitvoeren van activiteiten en eenzaamheid, wat het valrisico verder vergroot. Zeker Blijven Lopen! (ZBL!) is een ergotherapeutische groepstraining die ouderen helpt om vallen buiten te voorkomen. In zeven bijeenkomsten wordt via groepsgesprekken, een persoonlijk actieplan en oefenen in de eigen wijk, gewerkt aan kennis, bewustwording en zelfvertrouwen. Het doel van het project is om inzicht te krijgen in factoren die de implementatie van Zeker Blijven Lopen! in een stedelijke omgeving beïnvloeden en het opstellen van een opschalingsplan waar nationale stakeholders achter staan op basis van de bevindingen van het voorgestelde project en een eerder uitgevoerde pilot met Zeker Blijven Lopen!. Het project loopt van januari tot en met december 2026 en bestaat uit vier fases. Eerst worden relevante stakeholders in kaart gebracht. Daarna volgt een contextanalyse, waarbij factoren worden onderzocht die de invoering van Zeker Blijven Lopen! in Amsterdam kunnen beïnvloeden. Op basis hiervan wordt een implementatieplan opgesteld. In de derde fase wordt een pilot uitgevoerd met acht groepen ouderen. Ergotherapeuten worden getraind en werven deelnemers. Informatie wordt verzameld via groepsgesprekken en interviews. In de laatste fase worden de resultaten gebruikt om een opschalingsplan te maken, dat wordt voorgelegd aan landelijke stakeholders voor feedback. Dit project wordt uitgevoerd door het Radboudumc, Ergotherapie Nederland, VeiligheidNL, de gemeente Amsterdam en de GGD Amsterdam. De eerste drie partijen hebben de Amerikaanse interventie Stroll Safe aangepast aan de Nederlandse context (Zeker Blijven Lopen!) en eerder succesvol getest. Die pilot liet echter zien dat de implementatie in stedelijke gebieden beter kan. Amsterdam, waar veel aandacht is voor valpreventie en voetgangers, is daarom een belangrijke partner. Door de bundeling van onderzoeks-, praktijk- en beleidskennis vergroten deze organisaties de kans op een uitvoerbaar en breed gesteund opschalingsplan voor de verdere implementatie van Zeker Blijven Lopen! Verwachte resultaten. Dit project loopt dit jaar. Op basis van de resultaten wordt de handreiking voor Zeker Blijven Lopen!-trainers verbeterd. Er komt een opschalingsplan met aandacht voor de doelgroep, motivatie, draagvlak, samenwerking, kwaliteit, positionering, financiering en het monitoren van de impact. In de eindrapportage aan ZonMw worden de belangrijkste bevindingen opgenomen, zoals ervaringen uit zowel de stad als landelijke gebieden, algemene en context gebonden aanbevelingen, voorwaarden en factoren die de werving, uitvoering en borging van Zeker Blijven Lopen! helpen of juist belemmeren. We hopen als dit project si afgerond ook een onderzoek naar de (kosten-) effectiviteit van Zeker blijven lopen! Te kunnen aanvragen en in de toekomst uit te voeren. Publicaties en onderwijs: De geupdate handreiking zal straks een product zijn en door EN worden aangeboden. Er zijn nog geen publicaties verschenen. Er zal een publicatie worden geschreven voor EM. Er is een training ontwikkeld die door EN wordt aangeboden. Ingrid Sturkenboom en Dorothé Wassink hebben een workshop op het congres Ergotherapie gegeven. Ingrid en Maud zullen eveneens een workshop op het IAGG congres deze zomer geven.

Overige relevante ergotherapie onderzoeken

Promotieonderzoek van: Caroline Rijkers-de Boer – Gezond Actief Ouder Worden (link en aanvullende info volgt) 

Ken­nis­the­ma: Samen Be­slis­sen

Promotieonderzoek van: Jelena Slowig  – Borgen van multidisciplinair overleg (MDO) in de eerste lijn voor ouderen met complexe zorgvragen

Meer informatie

Samenwerkingsproject van: Het project wordt mede mogelijk gemaakt door ZonMw en uit­ge­voerd door het lec­to­raat Au­to­no­mie en Par­ti­ci­pa­tie in Zorg en Welzijn, samen met Huis­art­sen Oos­te­lijk Zuid Limburg (HOZL), Bur­ger­kracht Limburg, Pa­ra­me­disch Centrum Zuid en Uni­ver­si­teit Maas­tricht.

Ken­nis­the­ma: Samen Be­slis­sen

Korte omschrijving: Mensen die ouder worden, ervaren pro­ble­men op meerdere le­vens­ge­bie­den en hebben vaak complexe zorg nodig. Zorg die veelal wordt geleverd door ver­schil­len­de hulp­ver­le­ners: (wijk)ver­pleeg­kun­di­gen, fy­si­o­the­ra­peu­ten, er­go­the­ra­peu­ten, lo­go­pe­dis­ten en huis­art­sen.

Om passende zorg te kunnen bieden, is het be­lang­rijk dat deze hulp­ver­le­ners hun zorg op elkaar af­stem­men. Hiervoor zijn mul­ti­dis­ci­pli­nai­re over­leg­gen in­ge­richt, ook wel MDO’s genoemd. In de praktijk blijkt het echter vaak een uit­da­ging om deze MDO’s con­struc­tief uit te (blijven) voeren. Het was dan ook wen­se­lijk om te on­der­zoe­ken hoe MDO’s op lange termijn in het werk­pro­ces van diverse hulp­ver­le­ners passen.

Het uit­ein­de­lijk doel van dit project is de ont­wik­ke­ling van stra­te­gie­ën om de MDO’s te borgen en daarmee de ervaren ge­zond­heid van ouderen die complexe zorg nodig hebben, te ver­ster­ken. Hiervoor worden via par­ti­ci­pa­tief ac­tie­on­der­zoek kennis en er­va­rin­gen op­ge­haald bij de be­trok­ken ouderen, naasten en hulp­ver­le­ners. Daar­naast worden per MDO de huidige werk­wij­ze in kaart gebracht, on­der­wer­pen voor borging ge­pri­o­ri­teerd en op maat gemaakte stra­te­gie­ën voor borging uitgezet.

Promotieonderzoek van: Michael Haan – exploring co-occurring occupational transitions in retirement and migration

Meer informatie

Universiteit: James Cook University, Australia & Karolinska Institutet. Promotoren: Jackie Eagers,Ylona Chuntie en Hans Johnsson

Milou Dupuits: project Gezond leven met hersenletsel in Limburg

Meer informatie

Universiteit: Zuyd Hogeschool / Universiteit Maastricht / Adelante Zorggroep

Publicatie: Publinova: the platform for open practice-oriented research

Verwacht promotiejaar: 2028

Anke Boumans – Connect-AYA; Collaboration for optimizing educational and career transitions for AYA

Meer informatie