Home » ‘Dankzij mijn ergotherapeut durf ik vaker om hulp te vragen’

‘Dankzij mijn ergotherapeut durf ik vaker om hulp te vragen’

Paul Foekens kreeg op 37-jarige leeftijd een herseninfarct. Pas toen hij dubbel zo oud was, kwam hij voor het eerst in contact met een ergotherapeut. ‘Ik wou dat ik haar eerder had ontmoet.’ 

‘Ik hielp gisteren een vriendin. Ze had een lamp gekocht bij een winkel in Amsterdam en kon hem niet vervoeren, dus ik ging met mijn scootmobiel naar haar toe. Ik zette de doos tussen mijn knieën en reed naar haar huis om de lamp in elkaar te zetten. Toen ik klaar was, besloot ik even op de bank te gaan zitten. Vervolgens heb ik er een half uur over gedaan om weer overeind te komen. Mijn energie was helemaal op.’ 

Typisch Paul Foekens (76), zullen vrienden zeggen als ze deze anekdote horen. Hij denkt altijd eerst aan anderen en dan pas aan zichzelf. Dat merkte ergotherapeut Marije Bolt ook toen ze hem in 2019 ontmoette. Ze begeleidde hem kort en kwam hem een jaar later weer tegen in het buurtcentrum waar Foekens dagbesteding volgde. ‘Het gaat niet zo lekker thuis, ik loop zo slecht,’ zei Foekens. ‘Kan jij me helpen?’ Marije twijfelde niet om langs te komen: ‘Ik wist dat hij niet snel hulp vraagt en zich stoerder voordoet dan hij is, dus ik dacht; als Paul zegt dat hij me nodig heeft dan is dat echt zo.’ 

Actief in het leven

Op 17 mei 1982 kreeg Paul Foekens een herseninfarct. Hij was 37 jaar en in de bloei van zijn leven: twee jonge kinderen, gelukkig getrouwd en een leuke baan. Opeens veranderde dat. Foekens kon niet meer praten en zag slecht. Hij maakte een lang revalidatieproces door en ervaart tot op de dag van vandaag nog de gevolgen van zijn CVA. ‘Ik heb nog mazzel dat ik er goed uit ben gekomen,’ zegt hij. ‘Maar daar heb ik zelf hard voor gewerkt. Telkens als ik bij de pakken neer wilde zitten, heb ik mezelf toch weer uit de put gesleept.’ 

Dagelijks maakt Foekens met zijn scootmobiel een ommetje in Amsterdam Oud-West, de wijk waar hij woont. Hij haalt ergens een broodje en probeert een beetje te lopen zodat hij genoeg beweging krijgt. ‘Paul staat ondanks zijn ziekte nog steeds erg actief in het leven,’ vertelt ergotherapeut Marije Bolt. ‘Maar zijn kracht neemt af en het lopen geeft steeds meer problemen. Het risico om te vallen is aanzienlijk.’ Hij heeft moeite met opstaan van het toilet of uit bed. Marije adviseerde onder meer aanpassingen voor in huis zodat hij zich makkelijker en veiliger kan bewegen. ‘Zo kan hij nu met een apparaatje op afstand de deur opendoen, zodat hij zich er niet meer naartoe haast met alle risico’s van dien.’ 

Vaker aan zichzelf denken

Maar belangrijker zijn de gesprekken die ergotherapeut Marije met Foekens voert. Over het steeds verder achteruit gaan en hoe hij met deze verandering kan omgaan. ‘Ik kan niet accepteren dat mij dit is overkomen,’ vertelt Foekens. ‘Ik ben door de CVA alles kwijtgeraakt. Mijn huis, mijn vrouw, mijn werk. Ik heb ermee leren leven, maar acceptatie vind ik een moeilijk woord.’ Na zijn herseninfarct heeft hij nooit meer gewerkt. Wel deed hij vrijwilligerswerk. Hij hield eenzame mensen gezelschap, bracht post rond: alles om maar nuttig bezig te zijn. ‘Het geeft mij voldoening om anderen te helpen. Zo hoef ik niet bezig te zijn met mezelf.’ 

Inmiddels weet hij dat hij soms ook aan zichzelf mag denken, moét denken. ‘Marije heeft mij doen beseffen dat ik soms best hulp kan vragen aan anderen. Ik vind het nog steeds moeilijk, want zo zit ik niet in elkaar. Maar het lukt steeds beter.’ Marije beaamt dat: ‘Paul beseft nu dat hij juist eerlijk moet zijn over uitdagingen, om niet afhankelijk te worden van thuiszorg of anderen. Activiteiten die lastig zijn durft hij steeds beter te bespreken. Hij weet dat ik naar hem luister en iets voorstel dat bij hem past.’

Foekens vindt het jammer dat hij Marije Bolt pas zo laat in zijn ziekteproces heeft ontmoet. ‘Ik had geen idee dat een ergotherapeut je zo goed kan helpen, dat had niemand me verteld.’ Het zijn niet alleen de aanpassingen in huis die zijn leven makkelijker maken, juist ook alle onzichtbare hulp die ze geeft is waardevol. ‘Ze kijkt om zich heen en denkt met me mee. Ze ziet wat ik echt nodig hebt, legt goed uit waar ik recht op heb en hoe alles werkt met de verzekering. En ze luistert naar me. Dat is misschien nog wel het belangrijkste.’